Wim Keizer onderkoning van Volendam: ’Ook als je veel goed doet, krijg je vijanden’

07 mrt 2020

 

Wim Keizer op zijn Dijk in Volendammer dracht. ’Markerwaard aanleggen, is zoiets als de Nachtwacht van Rembrandt overschilderen.

 

Thuis in de keuken maakt scheidend voorzitter Wim de paling schoon voor zijn eigen receptie.

Hij was een leven lang meester, zo heet een onderwijzer tenslotte in Volendam. Meer dan een kwart eeuw raadslid voor de Volendamse partij VD80 en 45 jaar voorzitter van het Volendams Museum. We hebben het over Wim Keizer (78). De onderkoning van Volendam. Zaterdag neemt hij afscheid van het museum.

Wat doet een voorzitter die afscheid neemt? Die fileert thuis zelf de aal voor op de toastjes van de receptie. En dat is niet zijn afscheid, nee het is ook de aankondiging van een nieuwe expositie. Veel belangrijker. En die aal heeft hij - hoe kan het anders bij Keizer - weer ergens laten sponsoren...

 

Badmeester

Wim zette zich in voor onderwijs, streed voor het zwembad, voor recreatiegebied het Slobbeland, trainde voetballers, richtte een elftal op, trainde schaatsers, was badmeester, zat in het Oranjecomité, begeleidde kampen, organiseerde schoolvoetbaltoernooien en ga zo maar door. Bij bijna iedere vereniging vind je zijn vingerafdrukken of een bestuurlijke handtekening. En dan heeft hij ook nog tijd om kilometers te vreten tijdens de Vierdaagse (dit jaar zijn vijfentwintigste), bedevaarten naar Rome of gewoon een ’lopie’ van tien kilometer, een rondje Edam-Volendam.

 

Pondje paling

Een aartsritselaar die iedereen voor zijn Volendamse kar spant en voor een pondje paling een transportje voor een nieuw schilderij voor het museum regelt. Gaat tot de hoogste rechter om zijn gelijk te bewijzen. Hij maakte deel uit van de Stichting Eerherstel Cees Bont, die strijdt voor rehabilitatie van de brandweerman die ten tijde van de Nieuwjaarsbrand bij de gemeente in dienst was en later op een zijspoor zou zijn gezet. Het kwam zelfs tot een rechtszaak, waarin de gemeente - met succes - eiste dat de stichting stopte met 'lasterlijke' publicaties in regionale media over burgemeester Van Beek en twee topambtenaren.

Hij cijfert zichzelf niet weg, maar staat vooraan. Klik je op de website van het museum dan staat hij daar pontificaal in beeld in Volendammer kostuum. Praat hij over Volendam dan praat hij in de overtreffende trap. Alles is groter, mooier en beter dan ergens anders. ,,We hebben hier de meeste sporthallen van West-Europa.’’

Zo’n man kan toch niet stoppen. Maar het werd zijn tijd, weet hij ook. ,,De 45 jaar museum zit erop. Na vele stormen is het museum met mij aan het roer in veilige haven in de Zeestraat tot rust gekomen. Dat moet zo blijven als symbool van Volendams erfgoed. De honderden vrijwilligers die de afgelopen 45 jaar iets moois hebben gerealiseerd, kunnen rustig en tevreden terugkijken op een super geslaagd museumproject in eigen beheer. Mijn dank aan hen is niet in woorden uit te brengen.’’

 

Bovenburgemeester

We praten in havenrestaurant Le Pompadour. Als ik de serveerster zeg dat ik een afspraak heb met de onderkoning van Volendam zegt ze: ,,Dat is geen gekke titel, hij heeft veel gedaan voor Volendam.’’ Wim zelf later bij een kop koffie: ,,Onderkoning én bovenburgemeester.’’ Ja, die Wim Keizer weet altijd een overtreffende trap te vinden.

 

De Dijk

Uitzicht op de haven waar de VD64 de fuiken te drogen heeft hangen. Op steenworp afstand van Wims geboortehuis. Die dijk, daar komt hij een paar keer per dag. ,,Hier hebben we gestreden tegen de Markerwaardplannen. Anders hadden we hier een vliegveld en een militair oefenterrein gehad. Ik heb in 1977 tweeduizend Volendammers in klederdracht geregeld en alle Kamerleden en ministers met botters en een paar pond paling het IJsselmeer opgestuurd. Dan konden ze zelf zien dat een Markerwaard aanleggen, is zoiets als de Nachtwacht van Rembrandt overschilderen.’’

Het liefst was hij als visserman geboren, al scheelde dat niet veel. Zijn grootvader Willem van Ballap was IJsselmeervisser. Toen Wim als kleuter door zijn tante naar school werd gebracht moest ze hem meeslepen, want anders was hij aan boord gegaan.

,,Ik ging heel veel mee varen. Ik was vijftien jaar viller voor de VD 172 en fileerde dan op een dag ruim 200 alen. 70 voor de schipper en 150 voor mezelf. Op een gegeven moment dachten mensen dat ik een botter had.’’

Als jochie ging hij zondag om middernacht bij het Mariabeeld aan de haven zitten om de botters te zien uitvaren. Maar een visserman zat er niet in. Vader was een sigarenzaak begonnen die later een souvenirwinkel werd en nog later juwelier. En Wim werd onderwijzer.

 

Sprot

Vis eet hij iedere dag. Vanmorgen vroeg was het al gerookte sprot, dus een gebakje bij de koffie slaat hij even af. ,,Ik zit nog vol.’’ Vlees hoeft hij niet. ,,Ik heb een hekel aan vlees. Ze moeten die beesten allemaal lopen laten. Onze lieve heer heeft ons gratis vis gegeven.’’

Aartsritselaar vindt Wim geen belediging. Hij weet iedereen voor zijn kar te spannen als het museum van de grond moet komen. ,,Ik heb wel voor een paar miljoen geregeld. Fundering, betonwagens, stenen, cement en dan al die jongens die voor niks werkten op zaterdag en in de avonduren. Voor een bak koffie en een taartje dat ik dan weer bij een bakker regelde.’’

,, Ja hoe doe je dat? Ik ga naar ze toe en vraag: ’zou jij een paar uur willen helpen?’ Het sociale contact is onbetaalbaar in Volendam en zo heeft iedereen een aandeel gehad in de bouw van het museum. Volendammers zijn trots dat ze meedoen. Ik kan zelf niet timmeren of metselen, maar wel regelen.’’

 

Complotten

Wim ziet wel eens complotten dat ’zijn’ museum plaats moet maken voor appartementen. Dan gaat hij de strijd aan, mobiliseert alles en iedereen, heeft gevoel voor theater en speelt desnoods op de persoon. Wie zijn nek uitsteekt komt wel eens in botsing. Wim ook. Hij heeft wat rechtszalen van binnen gezien. ,,Ook als je veel goed doet, krijg je vijanden. Mensen met een narcistische inslag, waar je goede dingen voor hebt gedaan keren zich tegen je. Maar laten we niet negatief zijn. De goede dingen overstelpen de slechte en de waarheid komt altijd boven water.’’