Oorsprong Volendamse Bijnamen Deel I.

27 feb 2024

Wetenswaardigheden en het ontstaan van bijnamen in Volendam door Jan Jobse Tol.

Volendam kent een eeuwenoud gebruik om elkaar bijnamen te geven. In een belastingboek uit 1462 werden inwoners al bij hun bijnaam genoteerd. De bijnamentraditie bestaat dus al sinds het ontstaan van Volendam.

Veel familienamen zijn eeuwenoud. Vaak ontstonden ze uit beroepsnamen, de namen van hun woonplaats of uit bijnamen. De ontwikkeling naar vaste familienamen heeft enkele eeuwen geduurd. In 1811 kwam daar, onder Keizer Napoleon, een eind aan. Vanaf die tijd werden de namen definitief vastgesteld als familienaam en ingeschreven, in de in die tijd, ingevoerde registers van de Burgerlijke Stand.

Het gebruik van bijnamen was praktisch omdat er in Volendam van oudsher weinig familienamen en ook betrekkelijk weinig voornamen voorkwamen. Kwam ook nog bij dat de kinderen van echtparen werden vernoemd naar hun ouders of broers en zussen van hun ouders. Dan bleven die kinderen met vaak dezelfde achternamen doorgaan naar volgende generaties. Volendam had deze bijnamen dus echt nodig om de verschillende families uit elkaar te houden.

Hoe kwam iemand aan een bijnaam? Dat is vaak naar aanleiding van de naam van vader of moeder, het beroep dat men uitoefende, een lichamelijk gebrek of karaktereigenschap een bepaald voorval of een bepaalde naam of opmerking, maar ook soms heel onwillekeurig en soms toepasselijk of treffend.

Volendamse namen die niet veel voorkomen, zoals bijv. Bien, Binken, Boelsz, Konter, Mühren, Pelk, Hansen, De Wit hebben geen of nagenoeg geen bijnamen.

De familie Runderkamp had daarentegen wel bijnamen:

  • Evert werd de Donkere genoemd,
  • Neef Klaas werd Bakkertje genoemd,
  • Jan werd Jan Tuf genoemd,
  • Vader Willem werd Willempie genoemd,
  • Klaas werd de Mepper genoemd,
  • Klaas werd ,Bakkertje genoemd omdat hij aan zijn oom Klaas Runderkamp was vernoemd, die bakker van beroep was,
  • Wim werd Wum van ’t zwarte pad genoemd,
  • Hein werd Hein van Rikus genoemd,
  • Kees werd Keesie van Rikus genoemd,
  • Willem werd Willem van Rikus genoemd,
  • Antje Runderkamp werd Antje van de Pastorie genoemd.

Anderzijds kwam het ook vaak voor dat echte Volendammers met hun eigen naam en voornaam werden aangesproken.
Bijv. de melkboer Gerrit Smit en zijn echtgenote Gaartje Pelk.

Mannen kregen veel vaker een bijnaam dan een vrouw. Wel is het zo, dat de vrouwen net als de mannen dan werden aangesproken met hun eigen voornaam en de bijnaam van vader. Bijv. Hein Loege, Ger Loege, Griet Loege, Annie Loege, enz. of: Hein Po, Louw Po, Annie Po, enz.

De Volendammers hebben, zeker binnen het dialect, voor alles en nog wat andere namen. Waarom zouden de bijnamen daar een uitzondering op vormen.

Het waren niet alleen de vele dezelfde achternamen, zoals Tol, Schilder en Veerman maar ook het feit dat men moest vernoemen, en als gevolg daarvan twee zonen had die de voornaam Klaas hadden of drie zonen met de voornaam Jan. Dan werd het bv. Jan, 'groot Jan' en 'klein Jan'. In het verleden had men best wel de fantasie, maar het behoorde niet tot de cultuur in Volendam om een kind dan bijv. Johan, Han of Hans te noemen.

In veruit de meeste gevallen werden en worden de mannen met een bijnaam geconfronteerd. Vrouwen worden wel vaak met de bijnaam van vaderskant of moederskant aangeduid. Doch zij worden veel vaker met hun eigen naam aangesproken en aangeduid dan mannen.

Het komt heel vaak voor dat men wordt aangeduid met de bijnaam, maar wordt aangesproken met de voornaam. Ook is de bijnaam vaak afgekort. Bijv. Proppeschieter werd Prop of Puitaal werd Puit.

Een aantal willekeurige voorbeelden:

Drie Volendammers. Alle drie dragen zij de naam: Dick Sier. De een werd zijn hele leven Dick van Mijntje Pooijer (1931) genoemd (naar zijn moeder). De anderen Dick van de Waffel (1936) en Dick Kits (1941) naar hun vader.

Mijn vader heette Jan Tol en woonde Giekstraat 15. Zijn buurman heette ook Jan Tol en woonde Giekstraat 17. Mijn vader werd zijn hele leven Jan van de Knoest (1903-1989) genoemd en zijn buurman Jan de Krab (1904-1991).

Als ik begin met de Giekstraat waar ik geboren ben, geeft het al een representatief beeld van de bijnamen die de Volendammers hebben ‘geërfd’ of zelf hebben gekregen.

  • Hein Bond (1906-1982) met Neeltje Molenaar werden genoemd: Hein Bond en Neel van de Prop (1906-1960).
  • Hein Kwakman (1923-2021) en Ant Kwakman (1924-2019) werden genoemd: Hein Schemeravond en Ant van Jan Heintje.
  • Klaas Jonk (1901-1961) en Aris Kwakman  (1903-1974) werden genoemd: Klaas van de Spijker en Aris van de Burgemeester.
  • Cas Klouwer (1900-1945) en Neel Guijt (1904) werden genoemd: Cas van de Kriek en Neel van Aal van Thuis.
  • Klaas Schokker (1895-1941) en Duurtje Molenaar (1894-1976) werden genoemd: Klaas Skarrel en Duurtje Balie of Duurtje Snot.

Duurtje maakte in haar leven de fout dat ze haar kinderen, als zij niet naar haar luisterden, nogal luidruchtig toeriep met ‘Poppelap’. Zo ontstond die bijnaam.

  • Piet Guijt (1919-2003) en Maartje Koning (1920-1994) werden genoemd: Pita en Maartje van gouwe Wullem.
  • Jan Zwarthoed (1900-1965) en Aafje Koning (1901-1994) werden genoemd: Jennoe en Aaf van Broer.
  • Jaap Tuijp (1898-1968) en Griet Tol (1900-1987) werden genoemd: kleine Jaap van de Kopere en Griet van Aart.
  • Hein Runderkamp (1911-1981) en Elbrecht Tol (1911-1977) werden genoemd: Hein van Rikus of de Worst en Eppie.
  • Klaas Kwakman (1916-1999) en Jannetje Visscher (1917-1997) werden genoemd: Klaas Pap en Jannetje Visscher.
  • Kees Karregat (1892-1950) en Aafje Kroon (1897-1960) werden genoemd: Kees van de Blikke en Afie Kloot of Afie van de Blikke.
  • Jan Tol (1904-1991) en Geert Tol (1903-1978) werden genoemd: Jan van de Krab en Geert de Bout.
  • Jan Tol (1903-1989) en Stijntje Molenaar (1904-1965) werden genoemd: Grote Jan van de Knoest en Stijn van de Prop.
  • Jan Konter (1863-1951) had geen bijnaam en zijn vrouw Aal werd Aal Konter of Aal van Bolle genoemd.
  • Siem Tuijp (1929-1989) en Nel Tol (1933-2018) werden genoemd: Siem de Pokkes en Nel Gokker.
  • Jan Mooijer (1899) en Ant Keizer (1901) werden zonder bijnaam genoemd. Zij droegen hun eigen naam. Met dien verstande dat ook Jan zijn naam wel officieel had laten wijzigen in Mooijer. Niettegenstaande dat bleef men hem aanspreken met de naam Jan Pooijer. Zijn broer Hein Mooijer van de Schippersgracht 4 werd wel met zijn bijnaam Hein van Piet van de Knar aangesproken.

In het andere deel van de Giekstraat kan ik mij de volgende namen herinneren.

  • Ab Koning werd Ab Bom genoemd (1888-1964).
  • Jaap Tol werd Jaap Dei genoemd (1877-1965).
  • Teun Tol (1899-1946) en Aaltje Koning (1900-1971) werden Teun Tol en Aaltje van de Student genoemd. Teun Tol had dus geen bijnaam. Dat kwam vooral door zijn niet alledaagse voornaam. Deze Teun Tol is slechts 47 jaar oud geworden. Aaltje bleef met een groot gezin van 12 kinderen achter.
  • Datzelfde lot overkwam ook haar buurvrouw Hille KraakmanZwarthoed (van Poejan) (1905). Ook zij verloor haar man Nicolaas Kraakman (1904) op zeer jonge leeftijd.
  • Hein Veerman (1897-1968) en zijn vrouw Geert Plat (1902-1955) werden genoemd: Hein van Kees en Geert de Pieter.
  • Kees Schilder (1902-1974) en Geert Zwarthoed (1903-1965) werden Kees de Bok en Geert Doede genoemd.
     

Heel vaak vraag je je af, waar komt een bijnaam vandaan?

Soms kan een verklaring worden gegeven. Soms absoluut niet. Hieronder enkele willekeurige voorbeelden. En, wie het weet, mag het zeggen.

Kees Koning werd Toles genoemd.
Willem Jonk werd Willem Stoop genoemd.
Jan Veerman werd Jan Sik genoemd.
Kees Kroon werd Keesie van Isse genoemd.
Gerrit Koning werd Keesieman.
Jaap van Vlaanderen werd Japie Keesieman genoemd.
De heer Schilder kreeg als bijnaam: ’t Beest.
Siem Snoek was klein van stuk. Hij ging als Siempie Snoek door het leven.
Kees Tol kreeg als bijnaam: Diertje.
Bruin Bond werd Bruin Duim genoemd, naar de bijnaam die zijn vader had gekregen.
Kees Molenaar werd Kees Pink genoemd.
Jaap Tol uit de Giekstraat werd Jaap Dei genoemd.
Thames Veerman werd altijd Nol de Koe genoemd.
Hein Voortman kreeg als bijnaam: Bei.
Freek Smit kreeg een nog kortere bijnaam: Uk.
Gerrit Smit kreeg de bijnaam Sol. Waar die vandaan komt is moeilijk te achterhalen.
Hein Guijt werd Hein ‘van de goeie ziel’ genoemd.
Naast de bijnaam Barre hebben we ook Parre. Kees Tol, een zoon van Kees Tol de melkboer kreeg die bijnaam.
Jan Steur werd Jan van Bruin genoemd. Iedereen kende Jan van Bruin, want daar was er maar één van.
Een andere prachtige bijnaam had Klaas Smit. Dat was Klaas van Gerrit van Diene.
Piet Sombroek werd altijd Piet Cas genoemd.
Hein van Thoom, Cor van Thoom.
Hein van Piet de Potter.
Jaap van klein Hein.
Jan van boer Hein.

 

Bijnamen gerelateerd aan vissoorten.

Als voormalig vissersdorp kon het niet uitblijven dat de Volendammers ook een bijnaam kregen die aan de verschillende soort vis waren gerelateerd. Jan de Krab, Jentje Kabeljouwtje, Kees Spiering, Kees van Spierinkie, Japie Aaltje, de Puitaal, Jaap Garn, de Pos, Jen Rog, Klaas de Bot, Jan Schar, Jaap Bokkum, de Poon, de Karper en de bijnaam Bliek, dat is een sprot.
Anderzijds bestaan weer de echte achternamen: Steur en Snoek. Dat zijn de enige twee namen in Volendam naar een vissoort genoemd. Het beroep van visserman kreeg wel een echte achternaam: Visser, Visscher (het ouderwetse woord) en Bootsman.

 

Bijnamen die refereren aan de scheepvaart en aan de visserij.

Voorbeeld hiervan is Evert en Jan Schokker(1887). Zij waren zeilenmakers en kregen ook deze bijnaam. De Familie Tuijp met als bijnaam fuikie hadden ze te danken omdat zij de paling met behulp van fuiken vingen.

Dan had je de familie Smit waaronder Jan Bokkem (1841) die als eerste de vis buiten rookte. Hieruit is de bijnaam Bokkem (vissoort) uit voortgekomen. Deze bijnaam bestaat nog steeds en wordt al 6 generaties van vader op zoon of dochter doorgegeven.
 

Bijnaam op grond van kentekennummer botters.

Schippers met een afgerond VD-nummer kregen als gevolg daarvan hun bijnaam. Dat gold bijvoorbeeld voor de heer Kees en Klaas de Boer, de tien, schipper van de VD 10 en de heer Schilder, de tachtig, schipper van de VD 80. Jan Molenaar kreeg de bijnam de zestig omdat hij schipper was van de VD 60.

 

Bijnaam op grond van ziekte.

De bijnamen Jan Motje, de Motlap en Hein van Mottige kregen hun vaders omdat zij de pokken ziekte kregen. Aan die ziekte hield men een lelijke huid over. Vandaar.

 

Bijnaam op grond van lichaamsbouw of uiterlijk.

Was iemand blond, dan werd hij de witte genoemd. Enkele voorbeelden: Witte Jan Bond. Dick Tol, de bekende voetballer, de Witte of de Knoest. Jan Schilder van Madoet, de Witte. Jan Schilder van Frerik, de Witte. Jan Guijt, de Witte. Had iemand donker haar, werd hij de Zwarte genoemd. De heer Jan Koning, Zwartje, Klaas Tol, Zwartje, de heer Jan Molenaar, de Zwarte.

Had je rood haar of was je rossig, dan werd je rooie Job of rooie van Taaiem genoemd, of rooie Louw. De zoon Willem werd dan weer Dirk van rooie Job of Willem van rooie Louw genoemd.

Was je dik, dan werd je al gauw dikke Gerrit of bolle Willem genoemd. Bakker Klaas Runderkamp was nogal klein van stuk. Hij moest door het leven als “Kleine Klasie”. Huub Kok werd doof. Toen werd het Dove Huub. Net als Dove Gaartje. Was je vroom dat werd je “heilige” Bruin genoemd.

Neen, die lui die je een bijnaam gaven, waren niet altijd fijngevoelig!
 

Bijnaam van een bepaald ‘niveau’.

Een bijnaam van klasse was bijv. de Consul. Immers een consul is een hoge functionaris in het buitenland bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De bijnaam Klaas van de Burgemeester is toch ook een redelijke eervolle bijnaam.  Of wat te denken aan t hele nageslacht van Evert Janszoon Tuijp met de bijnaam Keuning (lees koning).

Een dergelijke bijnaam kreeg men niet zo gauw. Immers alles wat je goed doet, vindt men maar heel gewoon. Maar o wee, als men iets verkeerd doet.

De naam Frederik is een naam van vorsten: Koningen en Keizers. Wij hadden in Volendam al heel vroeg de voornaam Frederik. Alleen werd deze naam afgekort in Frerik. Hun kinderen kregen de bijnaam Kees van Frerik, Jan van Frerik enz. Van deze geslachten is de achternaam Schilder.  Maar ook Jan en Evert Schokker werden genoemd als Jan en Evert van Frerik Schokker.

Ook in de families Sier en Tol komt de voornaam Frederik voor. Fredrik Tol, bijgenaamd de Totter.

In mijn hoofdstuk over de familie Tol Van Aart kom ik daarop terug.

Piet Tuijp, een nazaat van de Potter, bijgenaamd pietje Potje, noemde zichzelf 'de vorst'.

 

Romantische of bijzondere bijnamen.

Een romantische bijnaam vind ik de naam “Schemeravond”. Bij het uitspreken van die bijnaam klinkt het heel gewoon: Hein Schemeravond, Gerrit Schemeravond enz.
Een bijzondere naam vind ik de bijnaam: Neeltje Donderdag. Haar vader was Klasie Veerman, bijgenaamd Klasie Donderdag. Hoe komt iemand daar nu aan, vraag ik me dan wel eens af.
Dit geldt ook voor de bijnaam: Geesie kijk uit, of Erwtenpuwer. De Bijnaam Erwtenpuwer werd later afgekort tot Erwt.

 

Familienamen en bijnamen genoemd naar een vogel.

In tegenstelling tot bv. Edam komen familienamen genoemd naar een vogel niet voor in Volendam. In Edam heb of had je bijvoorbeeld de namen: Spreeuw, Mus, Vink en Kraai. De Volendammer Piet Bond had wel een bijnaam: Piet de Muw (Het Volendamse woord voor Meeuw). Kees Tol, kreeg als bijnaam “de Lurik” (het Nederlandse woord is Leeuwerik). Piet Schilder kreeg de bijnaam naar een spreeuw. Piet Spru. Hein Veerman, een zoon van Kees Doede, werd de Valk genoemd.

De heer Jan Keizer, kreeg als bijnaam: de Roek. Kees Mooijer kreeg de bijnaam “Puul” (in het Nederlands: Eend) omdat hij als klein ventje bij de sloot nog wel eens naar de pulen keek. De vader van Jan Kwakman had de bijnaam Jan Pule omdat ook hij eendenhouder was. Cor Klepper kreeg de bijnaam de Snip omdat hij vanaf in zijn jeugd pulenboer (eendenhouder) is geweest. Zijn baas vroeg hem elke dag: “Hebbe de veugels al voer at”.  Als hij die vraag met “ja” beantwoordde, kreeg hij de vraag: “Ook alle snippe?” (alle vogels).

 

Evert Smit had een kippenhok op zijn achtererf. Hij kreeg al snel de bijnaam: Kip. En dan hebben we hele families Smit die naar de bijnaam “Kip” luisteren. Nu ik dit vermeld, dient te worden opgemerkt, dat Jan Kraai(1936), getrouwd met Klazina Bond(1936),  meer dan 80 jaar in Volendam woonachtig is geweest.

Karel Vink(1945)  is al bijna 80 jaar in Volendam woonachtig en is gehuwd met Huibje van Pooij(1943). Hiermee zijn deze achternamen dus ook Volendammer namen geworden.

 

Bijnamen waar je niet vrolijk van wordt.

Maar het kon ook anders. Zo kenen we de bijnamen: Jaap Scheit, Jan Poep en Kees Kak. “Alsof je een emmer leeggooit”. Deze Jaap had als kleuter eens, op een voor zijn ouders ongelegen moment, in zijn broek gepoept. Het was raak.

 

Beroepsgerelateerde Bijnamen.

Er waren in Volendam uiteraard ook beroeps gerelateerde bijnamen.  Louw Schilder aanvaardde een baan als postbode bij de toenmalige PTT. Hij werd als snel Louw de Post genoemd. Zijn kinderen natuurlijk ook: Jan Post, Dirk Post, Kees Post, enz.

Jan en Evert Schokker waren zeilenmaker van beroep. Reken maar dat hij veel grote zeilen voor al die Volendammer botters heeft gemaakt. Zij kregen de bijnaam ‘Zaalemaker’.

Jaap Jonk trad als poelier in de voetsporen van zijn vader, Willem Jonk. Jaap behaalde alle mogelijke diploma’s in dat vakgebied. Hij had er dus verstand van. Nadat hij dat had laten blijken of had laten horen, werd hij als snel “de kippendokter” genoemd. Dan hem je hem.

Hij had een broer, die nogal klein van stuk was en Pukkie van de Lieverd werd genoemd.  Deze Pukkie van de Lieverd vertelde mij in 1959 eens een verhaal over een angstig avontuur dat hij had meegemaakt als matroos op de wilde vaart. Hij vertelde: ‘Met stormweer was ons schip vergaan. Vele maten had ik al zien verdrinken. Hoewel ik zeker geloofde in Jezus en Maria was mijn enige gedachte: Hoe kom ik levendig uit deze woeste, kolkende zee. Ik wist mij vast te houden aan een brok hout van een paar vierkante meter. Na een lange angstige nacht werd ik ’s morgens hevig onderkoeld gered door de bemanning van een Noors vrachtschip. Ik ben die kerels geweldig dankbaar geweest’.

 

Bijnamen van dieren.

Wij noemen o.a.: Kalf, Pink, de Koe, Schaap, Beer, Big.

Dirk Visser (1894) zei als kind Kik Visser. Hij had zijn bijnaam. Zijn hele leven was het Kik Visser of hij werd ook wel kokende kikkie genoemd. Vervolgens werden al hun kinderen ook zo genoemd.

 

Bijnamen door toneelstuk.

Speelde je in een toneelstuk, liep je ook de kans op een bijnaam. Als je een rol had in een bepaald toneelstuk, hield je er soms ook een bijnaam aan over. Dat overkwam o.a. Jaap Molenaar, Dirk Zwarthoed en Klaas Tuip. Jaap Molenaar kreeg de bijnaam Suls.

Een groep jongeren speelde vroeger in een toneelstuk als kabouter. De een heette Pluto, de ander heette Sulzio. De speler die kabouter Pluto heette, werd de Pluut genoemd, die welke Sulzio heette, kreeg de bijnaam Suls. Dirk, de vader van de voetballer Gerrit Zwarthoed speelde indertijd de rol van kabouter Pluto.

Klaas Tuip (zoon van Jaap Okke) speelde in een toneelstuk “de dood van Pierlala”. Hij speelde dat zo overtuigend dat hij de bijnaam: “De dood van Pierlala” kreeg. Later werd dat ingekort. Zijn leven lang werd hij de Dood genoemd. En zijn kinderen zijn Japie Dood, Sijmen Dood, Klaas Dood, enz.

 

Bijnamen door favoriete chocoladereep.

Al zei je maar een paar keer dat je een chocoladereep van het merk Kwatta lekker vond. Dat ondervond Kees de Boer. Het was zijn hele leven: Kwatta. Ook de kinderen dragen die naam dan weer. Piet Kwatta, Jaap Kwatta, enz.

Hein Tuijp vond een Tjoklatreep zo lekker. Hij noemde dat een paar keer. Daarop was het Hein Tjoklat.  Deze Hein Tuijp, een kleinzoon van en vernoemd aan zijn bap Hein Tuijp, de Keuning, is in de jaren zestig van de vorige eeuw verhuisd naar Schiedam. Hij is daar een viswinkel begonnen. Inmiddels heeft zijn zoon die zaak overgenomen.

 

Bijnaam op grond van karakter.

Over ruwe bolster, blanke pit gesproken. Klaas Steur, een zoon van Joep van Jijpert was in zijn jeugd onversaagd. Hij was voor de “duvel” niet bang. Daarom werd hij “Duiveltje”genoemd. Dat gold ook voor Jan Molenaar, die de bijnaam de Ridder kreeg. Ook in militaire dienst was Jan nergens bang voor. Uiteindelijk werd hij als soldaat naar Nieuwersluis gestuurd om voor straf een ‘heropvoeding’ te ondergaan.

Maar als je het een zegt, moet je ook het andere zeggen. Zowel Klaas Steur als Jan Molenaar waren harde werkers voor hun gezin. In de Diepvries Monnickendam stonden beiden, met hun collega’s o.a. Crelis Tol, van Kees Tol de Bakker, Klaas Koning, Stuut en Bruin Keizer, van Ouwe Waaijer, hun mannetje wel! Die hoge arbeidsethos en dat sterke verantwoordelijkheidsbesef zit vele Volendammers, zo lijkt het waarachtig wel, in het bloed.

Als iemand vroeger zachtaardig van karakter was,  noemde men dat in het Volendamse dialect: slapperd of slappe. De bijnamen “Slappe Thaam” en “Hein van de Slappe” doen hier aan denken.

 

Willekeurig gekregen bijnamen.

Op het Doolhof liepen eens drie jongetjes van ongeveer 8, 9 jaar oud. Een oude man zat op zijn stoepje. Hij riep de drie jongens. Hij vroeg ze naar hun naam. Zij antwoordden: “Jan Schilder, Jan Kwakman en Jan Zwarthoed" . Daarop zei die oude man: “Jij binne Jan Brei, jij binne Jan Pap en jij binne Jan Troet”. Hun nageslachten dragen nog steeds die bijnamen.

Bijnamen die met ere gedragen worden.

Er zijn in Volendam ook veel personen die de bijnaam van hun vader met ere dragen. Jan Steur, bijgenaamd Jan Drum, heeft op zijn viswagen Jan Drum en zonen staan. Klaas Mooijer, bijgenaamd Klaas Puul, heeft zijn imposante visbedrijf Klaas Puul genoemd.

Klaas de Boer, van beroep schilder, en een kleinzoon van Bart Koning, bijgenaamd ‘Bart van Koppie’ heeft op zijn facturen Klaas Bart staan.
Jan Tol, van beroep timmerman, en een zoon van Kees Tol de Bakker heeft op zijn facturen Jan de Bakker staan.

 

Bijnaam van de echtgenoot.

Het gebeurde ook dat een vrouw als bijnaam de naam van haar man kreeg. Een voorbeeld. Teun Koning (van Koppie) trouwde met Lijp Tol. Lijp werd al snel Lijp van Teun genoemd. En haar kinderen kregen de bijnamen: Jan Teun, Tonnie Teun, Henkie Teun enz.

Klaas Tol trouwde met Gaartje Schilder (Sas). Al hun kinderen kregen de bijnaam van Moeders kant. Dirk Sas, Kaap Sas, Nel Sas, enz.
Crelis Molenaar, bijgenaamd, Crelis van Jan Jobse met Klaasje Zwarthoed, bijgenaamd, van de Prop. De kinderen werden allemaal Prop genoemd.

 

Bijnaam naar voornaam of naar achternaam moeder, vader of bap.

Het komt heel vaak voor dat kinderen zijn of worden genoemd naar de voornaam van moeder. Zo ook de fam. Tol van de Rokersgracht. Kees van Gerie, Piet van Gerie enz.

Net als vele anderen, werd Freek Schilder vernoemd naar de voornaam van zijn moeder.  Dat werd Freek van Aal.

De kinderen van de familie Schilder (van Frerik) van de Kathammerstraat kregen ook als bijnaam de achternaam van hun moeder: Vlugt. Jan Vlugt, Kees Vlugt, enz.

De moeder van Jan Molenaar heette Lijst. De zoon werd dus Jan van Lijst. Zijn zoon Gerrit, werd Gerrit van Jan van Lijst. En het bijzondere is: Iedereen in Volendam weet wie deze Gerrit Molenaar is.

Gerrit Koning kreeg een zoon Kees. Dat was Kees van Gerrit. Zijn zoon wordt weer Jaap van Kees van Gerrit genoemd. Zoon Jan van Keesie Steur werd zijn hele leven Jan van Keesie genoemd. Dat gold ook voor bijv. Jan van Japie en Dirk van Hein de Bakker.

Sijmen Veerman, bijgenaamd Sijmen van Grietje Mol kreeg de bijnaam naar de voor- en achternaam van zijn moeder. Zij was blijkbaar dominanter dan haar man Thames Veerman.

Zo hebben wij ook: Japie Van Sijmen, Jan van Ant, Jan van Ap, Jan van Duur.  Jan Kok van Guurtje werd met zijn volle naam naar zijn moeder genoemd.

Ook kwam het voor dat kinderen, die woonden in dezelfde straat, bijv. de Pastoor van der Weidenstraat, naar de voornaam van hun moeder werden genoemd. Met andere woorden. Ook de buurt maakte het wel uit, hoe iemand zou worden genoemd. Bijv. Kees Lijp, Wim van Griet, Wim van Aaf, Bijv. Kees Stijn, Albert Stijn enz. Sijmen Tol was gehuwd met Stijn Koning. Deze Sijmen Tol had geen bijnaam. Pas op latere leeftijd, wanneer dan anderen bijv. vroegen: “Met wie heb je gekaart”, antwoordde men dan “Met de ouwe Stijn”.

In de Spieringstraat hadden we vroeger de bekende kruidenierswinkel van Neel van Hein Piet.  Neel was al jong weduwe en had twee zoons. Kees, die later het vak van kruidenier overnam en Jan die priester werd.  Jan Plat werd als priester hoogleraar en had een aantal titels van Professor Doctor. Zoon Kees werd zonder dralen Kees van Neel van Hein Piet genoemd.

Jan Kwakman, schipper en Noordzeevisser van de VD 9, van het Dril 83 werd naar zijn vader genoemd: Jan Heintje. Zijn oudste zoon werd Hein van Jan Heintje. Zoon Jan was de man die aan boord van het schip over de machines en de motoren ging. Hij werd Jan motor, en later Jan Petor, genoemd.

Naast het garagebedrijf van Henk Ruis aan de Botterstraat stond een vrijstaande woning dat werd bewoond door enkele vrijgezelle broers en zusters. Hun familienaam was Hansen. Zij hadden de bijnaam: de Kruten.

De kinderen van Bruin Zwarthoed uit de overste Ludenstraat werden allemaal keurig bij hun voor- en achternaam genoemd. Dick Zwarthoed, Hein Zwarthoed, enz. Behalve Evert, die was vernoemd aan Evert Smit (Bokkum) de grootvader van moederskant. Daarom werd hij Evert Bokkum genoemd. Dat kwam wel vaker in families voor.

Dat gold ook voor het gezin van o.a. Kees Kwakman (wilde Kees) en Aaf Kok. Hun zoon Jan was vernoemd aan de bap van moederskant, Jan Kok. Deze Jan kreeg als bijnaam: Jan Kokkie. Dan het gezin van Jan Schilder uit de Kathammerstraat 2. Jannie Schilder was vernoemd naar de bap van moederskant. Dat was Jan Kok. Daarom werd hij ook wel Jannie Kok genoemd. Alle kinderen werden zowel bij hun voornaam als achternaam genoemd.

Volle neven van deze familie, kinderen van Sijmen Schilder, bijgenaamd Sijmen Dovie, kregen wel een (andere) bijnaam. Thoom werd Thoom van Sijmen Dovie genoemd. Jaap werd naar de voetballer Terlouw genoemd. Dat was Jaap Terlouw. Jan werd Jan Slof genoemd. Ook Jaap Buijs werd Jaap Slof genoemd, hoewel die twee mannen niets met elkaar te maken hadden.

Sebastiaan Nanninga met echtgenote Stijntje Dekker kwamen van elders naar Volendam. Zijn voornaam werd ingekort tot de roepnaam Bas. Zijn kinderen kregen de bijnaam: Ferry Bas, Kitty Bas enz. Daarmee waren zij een van de weinige niet-Volendammers met een in Volendam “zeldzame” achternaam, die toch een bijnaam kregen.

Zo waren er ook twee broers die hun bijnaam van vader hadden geërfd’. Zij luisterden naar de bijnaam Jaap van Vessie en Piet van Vessie. Zij bleven beiden vrijgezel. Ze zijn beiden heel oud geworden. Toen Piet op hoge leeftijd was overleden en na de H. Mis ter aarde werd gesteld op het RK Kerkhof te Volendam, vroeg de pastoor aan Jaap. Nou Jaap wat vind je ervan?  Daarop zei Jaap: ‘Daar gaat ’t lessie van Piet van Vessie’.

 

Met een geheel andere bijnaam door het leven.

Soms kregen jongens een hele andere naam.

Kees Tuip werd bijv. vanaf zijn jeugd Frans van Bokkie genoemd.
Kees Sul (later officieel gewijzigd in Silven) is zijn leven lang Bob Sul genoemd.
Dirk Molenaar, werd Frans van Jan van lijst genoemd. Deze Frans is helaas op jonge leeftijd overleden.
Piet Kes werd zijn hele leven Bart Kes genoemd.
Dirk de Boer werd zijn hele leven Pa Piep genoemd.
Gerrit Schilder werd zijn hele leven Kettie Koles genoemd.
Evert Tol werd zijn hele leven Bob Kurk genoemd.
Jan Bond werd tijdens zijn leven Bonnie Reus genoemd.
Kees Tol is zijn hele leven Do van de Lurik gebleven.
Albert Sier is altijd Abe Goot genoemd.
Jan Tuijp is altijd Waaij van Pietje Potje genoemd.
Sijmen Runderkamp is altijd Sijmen van Rikus genoemd.
Kees Schilder gaat al zijn hele leven door het leven als George van de Witdobber.
Niemand wist wie Thames Koning was. Zei je Luther, dan wist iedereen het.
Jan Koning had een mooie bruine huid en mooie bruine ogen. Daarom werd hij ‘Jan Halfbloed’ genoemd.
Klaas Veerman moest het zijn hele leven doen met de bijnaam: Kok van de Stekeraap.

 

Hoe komt iemand aan een andere bijnaam, als hij er al een heeft?

Klaas Jonk (Spijker) (1901) had verkering met Aris Kwakman (van de Burgemeester) (1903). De zus van Aris, Ant kreeg verkering met Hein de Boer (Hanekaan) (1897-1962). Hein was wat klein van stuk. Klaas zei daarom tegen Ant: “Moet je nou met zo’n kleine Puk gaan”. Doch daar bleef het niet bij. Klaas sprak zijn nieuwe zwager Hein steeds aan met ‘Puk’. Na enkele weken had vrijwel iedereen dat overgenomen. Hein Hanekaan was Puk Hanekaan geworden. Doch opgemerkt dient te worden dat Ant haar man altijd met Hein bleef aanspreken en dat Hein zijn vrouw altijd met Anne aansprak. Later werden de kinderen allemaal naar de bijnaam van vader genoemd. Klaas Van Puk, Dick van Puk, Kees van Puk, enz. Puk Hanekaan stierf op de leeftijd van 64 jaar als gevolg van een val met schaatsenrijden. Zijn vrouw was toen 58 jaar. Zij heeft daar haar verdere leven heel veel verdriet om gehad.

 

Geen bijnaam of liever geen bijnaam.

Had je toch een veel voorkomende achternaam, maar was je een sterke persoonlijkheid, een rustig evenwichtig persoon of had je een niet alledaagse voornaam, dan gebeurde het ook redelijk vaak dat je je hele leven bij je naam werd genoemd en dus geen bijnaam kreeg.

Enkele voorbeelden: Crelis Tol, van beroep schilder hand vier zonen. Siem, Henk, en de tweelingbroers Kees en Jaap. Het was altijd Siem Tol, Henk Tol, Jaap Tol de schoenlapper en Kees Tol de Bakker.  Sijmen Tol, Jan Smit, Thames Smit, Hein Keizer, Sijmen Keizer, Hans Veerman. Deze laatstgenoemde persoon was o.a. een broer van Piet Veerman, beter bekend bij zijn bijnaam Piet de Radder.

Anderzijds waren er ook personen die het vreselijk vonden dat derden hen of haar een bijnaam, lees scheldnaam, hadden gegeven. Hein Tol van de plaatwerkerij vond het vreselijk dat ze hem Noni noemden. Zijn kleinzoon Ralf, heeft er, zo heb ik horen vertellen, geen enkel probleem mee dat hij Ralf Noni wordt genoemd.

 

Dezelfde bijnaam voor verschillende personen:

De bijnaam Bakker.
Die komen we in Volendam vaak tegen. Slagerij Bakkertje Runderkamp, Bakker Runderkamp, Bakker van Pauw de Boer, Bakkertje Tuijp, Bakker van Thaans van Kakie.
De familie Keijzer had als bijnaam Bakker omdat vader Keijzer vanuit zijn woning brood verkocht. Hij werd al gauw bakker genoemd en natuurlijk ook zijn kinderen.Dirk Bakker, Kees Bakker, Gaartje Bakker, enz.
Anderen die een bakkerij hadden waren Klaas Tol de Bakker, Kees Tol de Bakker, Jan de Bakker.
Deze bijnamen zijn dus gerelateerd aan het beroep van bakker. Dan zou je zeggen, het is voor de hand liggend dat iemand zo’n bijnaam krijgt.
Doch dat is niet helemaal waar. Immers niemand uit het slager vak werd als bijnaam "slager” genoemd.

De bijnaam Tuf.
In Volendam kregen verschillende personen die geen failie van elkaar waren de bijnaam 'Tuf'.
Jan Runderkamp, de slager van de Edammerweg, werd Jan Tuf.
Jan Buijs, de manager van The Cats, werd Jan Tuf.
Thoom Veerman, visboer, een zoon van Kees Doede, werd Thoom Tuf.

De bijnaam Drop.
Als je trek had in een droppie, dan had je hem snel. Ik bedoel de bijnaam. Klaas Kwakman, Bol, werd Klaas Drop Genoemd.
Net als Klaas Steur van Bruin van Jan van Bruin.
Net als Klaas Jonk, de oudste zoon van Japie Jonk.

De bijnaam de Dokter.
Klaas Buijs, kok in de Amvo, had als bijnaam ”de dokter”. Hoe kwam dat? Net als zovelen in die tijd was hij normaliter eenvoudig gekleed. Tot dat hij eens op een zondag een mooie nieuwe jas droeg. ‘Je lijke wel de dokter’, werd er gezegd. Zodoende.
Dat gold ook voor Hein Zwarthoed van Jan van Boertje. Dat was de dokter.
Dat gold eveneens voor Jaap Molenaar van Japie Molenaar, de oude havenmeester. Ook die werd 'de dokter' genoemd. Deze heren waren niet afgestudeerd als arts.

De bijnaam de Dolle.
Klaas Kwakman, een zoon van, wilde Kees’ werd zo genoemd.
Cor Jonk, een zoon van Japie Suikergoed werd ook zo genoemd.
Zij waren in hun jeugd nogal druk. Nu zou men zeggen: Adhd.

De bijnaam Bok of de Bok.
Deze bijnaam wordt gedragen door leden van de familie Schilder.
Maar ook Klaas Keijzer droeg die bijnaam. Die werd ‘de Bok van de Roek’ genoemd.
Ook Jaap Veerman, erfde niet de familiebijnaam ‘de Koe’ maar werd ook ‘de Bok’ genoemd.
Evert Tol erfde evenmin de bijnaam van zijn vader, ‘Kamperbroodje’ maar werd ‘de Bok van Kamperbroodje’ genoemd.

De bijnaam Jut.
Evert Smit, die woonde in de Industriestraat, kende bij wijze van spreken niemand alleen Evert Jut kende iedereen.
De naam Jan Tol is wel de naam die vroeger het meeste voorkwam. Daarom is het ook wel te begrijpen dat de personen welke die naam droegen vaak een bijnaam kregen.
Zo ook Jan Tol uit de Gaffelstraat 22. Dat was: Jut.
Kees Tol de schilder werd ook wel Kees Jut genoemd.

De bijnaam Blubber.
Jan Veerman van Job, die jaren kastelein van de “Joppekop” is geweest, had als bijnaam: de Blubber.
De vroegere voetballer Klaas Karregat, die helemaal geen familie van de heer Jan Veerman was, kreeg ook de bijnaam de Blubber. De Blubber had een goed lopend café. Soms nam iemand nog wel een een paar biertjes op de pof. Als dat dan na drie weken nog niet betaald was, zei hij tegen die bewuste jongeman: : “Ik kwam je nog tegen”. Dan volgde een reactie van: Kwam je mij tegen? Waar dan? Dan antwoordde de Blubber: “In het boek”

De bijnaam Corn.
De bijnaam Corn is afgeleid van de voornaam Cornelis. Cornelis de Boer zette zijn handtekening als volgt: Corn de Boer. Hij werd de Corn genoemd. Zijn kinderen werden Jan van de Corn, Kees van de Corn, Jintje van de Corn enz.
Ook was er een Cornelis Veerman die om dezelfde reden Corn werd genoemd.  Doch om een onderscheid te maken, noemde men deze laatstgenoemde Corn, omdat hij nogal eens oppositioneel en fel in het debat was, 'de praat Corn'.
Ook Japie van de Loos had een zoon die Corntje, naar zijn doopnaam Cornelis, werd genoemd.

De bijnaam Jits.
Jan Smit werd Jits van de Stuurman genoemd. Een Jan Tol uit de Dirkslandstraat werd ook zijn leven lang Jits genoemd.

Klaas Vest.
Klaas Buijs, die woonde aan het Spieringpad, een broer van rokende Jan, droeg deze bijnaam.
Klaas Jonk, de oudste zoon van Aaf Kwakman (Bol) werd ook zo genoemd. Zij waren geen familie van elkaar.

 

Bijnamen die al generaties lang meegaan.

Van de naam Albert Veerman (1882), bijgenaamd Albert van de Slinger, dragen al vijf generaties deze naam en bijnaam.

Bij Klaas Kwakman, bijgenaamd Bol, was dat gedurende drie generaties van toepassing. De volgende zoon werd Nico genoemd. Deze Nico had, zo vernamen wij van een tante van hem, liever de voornaam Klaas gedragen.

Zo zijn veel meer bijnamen die al eeuwen van geslacht tot geslacht overgaan op de kinderen. Ik noem er aan paar:
Beer, Bibber, de Bok, Bol, Dekker, Jent, Kakes, de Kip, Knoest, de Koe, Kraaijer, Kriek, Kriel, Mop, Pen, Pet, Prop, Robbert, Schimmel, Van de Slinger, Vik.

Als gevolg hiervan zijn ook heel veel Volendammers die hun hele leven nooit bij hun eigen naam, maar altijd bij hun bijnaam zijn genoemd.
Ik noem er enkelen: Piet van de Jent, Sijmen van de Jent, Thoom van de Jent, Jan van de Jent. Jan van de Knoest, Hein van de Knoest, Kees van de Knoest, enz.
Klaas van de Kraaier, Sijmen van de Kraaier, enz. Klaas Dekker, Thoom Dekker enz.
Deze vorm van een bijnaam hebben is de meest gebruikelijke.

Enkele andere voorbeelden. De bijnamen van de kinderen van Jaap Zwarthoed de Beer (1914), waren:
Jan de Beer, Jaap de Beer, Maartje de Beer, Bruin de Beer, Gerrit de Beer enz.
De kinderen van de heer Dirk Smit (1908), bijgenaamd de Koet, waren: Jan Koet, Kees Koet, Cor Koet enz.
Uit het Bollengeslacht kennen we o.a.: Klaas Bol, Dick Bol, Nel Bol, Beppie Bol enz.

 

Bijnamen die verdwijnen.

Er zijn ook veel bijnamen, die hoewel ze vroeger normaal in het gehoor lagen, aan het verdwijnen zijn. Bijv. de bijnaam Kamperbroodje, familienaam Tol
Bijv. de bijnaam Hanekaan, familienaam De Boer. En dat waren toch grote families !
Mijn vader sprak altijd met veel respect over zijn collega vissers en -schippers: Dirk Hanekaan, Klaas Hanekaan, Jan Hanekaan enz., Kamperbroodje en Pinkhof.

Een grote familie kon je niet zeggen van Albert Veerman (van Dat) en zijn broer Kees. Kees Veerman (van Dat) werd missionaris en het huwelijk van Albert van Dat bleef kinderloos. Dus zo’n bijnaam moest wel verdwijnen.

Albert van Dat was een hele rustige bescheiden man met een mooie zangstem en een fenomenale rekenknobbel. Als kerkkoorzanger en als zanger bij het VOK wist hij zich duidelijk te onderscheiden van de andere zangers. Albert van Dat woonde vroeger op het Doolhof en was getrouwd met een dochter van Willem Mooijer, bijgenaamd: Willem van rooie Louw.

Vroeger hadden we in Volendam Willem Visser met zijn gezin wonen.  Zijn bijnaam was: Willem Lol.  Ook hadden wij Willem Koning die Lollie werd genoemd.
Bij een aantal van zijn kinderen is die bijnaam afgekort tot Lol.  Zo komt dezelfde bijnaam 'Lol' dan weer terug, maar dan bij een geheel andere geslacht.

Vaak valt een bijnaam te verklaren doch lang niet altijd. De bijnaam Schien (echte naam Steur) is bijv. niet traceerbaar. Dat geldt ook voor de bijnaam Vais (echte naam Sier).

Thijs Buijs kreeg een minder fijngevoelige naam: Thijs Trammelant. Met Thijs zal men wellicht wel eens wat aan de stok hebben gehad.  

Dit geldt ook voor de bijnaam van Lucas Runderkamp.  De brave, hardwerkende man, werd ‘Ome List’ genoemd. En zo zijn er ongetwijfeld nog vele andere bijnamen waarvan de herkomst onduidelijk of niet bekend is.