Werkgroep dialect aan de slag in het Volendams Museum

 

Tijdens de tweede bijeenkomst van de werkgroep dialect zijn diverse zaken aan de orde geweest. Zo is de doelstelling nader geformuleerd en zijn er globale afspraken gemaakt over de taakverdeling. Het belangrijkste besluit was wel dat er een begin is gemaakt met de werkzaamheden. Onder leiding van een door een dialectoloog aangereikt wetenschappelijk model zal het Volendamse dialect in de komende tijd worden beschreven en vastgelegd. De taak van de werkgroep vormt onderdeel van een groter project dat tot doel heeft om te onderzoeken of er zich in de dialecten van Volendam, Marken en Aalsmeer resten bevinden van de Friese taal, die daar aan het begin van de 17de eeuw nog werd gesproken. Het Fries was dus niet alleen in West-Friesland maar ook in Waterland met inbegrip van Volendam en Marken en het gebied rond Amsterdam tot Aalsmeer aan toe gemeengoed. Het onderzoek is er nu op gericht om te kijken of er in de genoemde dialecten van Volendam, Marken en Aalsmeer Friese invloeden zijn terug te vinden. Het dialect van Aalsmeer heeft als nadeel dat het niet meer wordt gesproken maar aan de andere kant bestaat er wel een goede beschrijving van. De dialecten van Marken en Volendam kunnen als levende dialecten goed in kaart worden gebracht. Dat een dialect als het Volendams volop leeft blijkt alleen al uit het feit dat jongelui met elkaar in het Volendams sms-en en op Marken zal dat niet anders zijn.

 

Diverse onderzoeken

De dialectgroep maakt dankbaar gebruik van de aanwezige expertise en de leden van de werkgroep zijn intussen al begonnen om het Volendams en Markens systematisch onder de loep te nemen. De dialecten zullen met een fijne kam worden bewerkt om uit te zoeken wat er nog aan Fries in zit. Grappig is dat er tijdens de tweede bijeenkomst al twee Friese uitdrukkingen boven water kwamen. Er zijn in het verleden al meer onderzoekingen naar de Waterlandse dialecten verricht, waarbij de spreekwijze van Volendam en Marken meerdere malen werd beschreven en die van Monnickendam en Edam in elk geval een keer. Van de dialecten van Monnickendam en Edam wordt vanaf de jaren 1970 steeds minder gehoord. Over het Volendams zijn vanaf 1876 een vijftal onderzoeksrapporten verschenen en daarnaast diverse artikelen gepubliceerd. De werkgroep zal die gegevens tegen het licht houden en zich tevens buigen over het probleem dat de dialecten van Volendam en Marken niet eenvoudig op schrift vallen weer te geven. Vanwege het belangrijke criterium van de leesbaarheid heeft de dialectoloog inmiddels al een andere werkwijze voorgesteld. De werkgroep is in elk geval enthousiast begonnen zodat er van de dialecten een zo juist mogelijk beeld ontstaat en men ook over 100 jaar en later nog kan kennisnemen van woordenschat, grammatica, idioom en uitspraak van de dialecten van Volendam en Marken. De werkgroep DIALECT maakt dankbaar gebruik van de accommodatie en de beschikbaar gestelde materialen die door het bestuur van het Volendams Museum en Oud Volendam beschikbaar worden gesteld.

 

Betoog in Volendams dialect

Zaterdag 25 maart 2017 vond voor de derde keer de dialectenmiddag plaats. Reeds 2 keer heeft de dialectenmiddag plaats gevonden in Egmond en Obdam. Zaterdag werd de middag gehouden in de Zenderkerk in Huizen. De organisatie die de dialectmiddagen organiseert streeft ernaar om de diverse Noord-Hollandse dialecten te behouden en te gebruiken. Het Volendams Museum heeft voor dit onderwerp van harte haar medewerking toegezegd. Wij moeten trots zijn op ons wetenschappelijk getoetst dialect. (Zie de boeken van Prof. Dr. Jaap van Ginneken uit 1942).

 

Betoog van Wim Keizer ging over verzet tegen kuilverbod en het resultaat na verstandig overleg o.l.v. Hein Tuijp

Na een heenreis met museumvrijwilliger Simon de Jong naar Huizen, die door omleidingen 4 uur in beslag nam, opende Volendamvertegenwoordiger Wim Keizer de rij dialectsprekers met zijn indrukwekkend betoog.

Wim vertelde in het vertrouwde wetenschappelijk verantwoord Volendammer dialect de geschiedenis en de historische gebeurtenissen n.a.v. het kuilverbod van de regering in 1882 en dat duurde tot 1890. De inzet van de vissersvoorman Hein Tuijp, die daarvoor terecht de bijnaam ‘de Keuning’ kreeg toebedeeld, zorgde er voor dat met verstandig praten met de koningin, ministers en 2de Kamerleden meer te bereiken viel dan gewoon doorvissen en bekeuringen niet betalen. De Volendammer vissers bleken in de strijd nog dwarser dan de Edammers in die tijd. Toen dat verstandige overleg resultaat had en in 1890 het kuilverbod werd ingetrokken schonken de Volendammer vissers uit dankbaarheid aan de 2de Kamer in de persoon van Mr. F. Reekers van de Rooms Katholieke Staatspartij 2 zilveren botters aan de wonderkuil (35 kilo) die dit jaar te zien zijn in het Volendams Museum. Toen in 1980 opnieuw een kuilverbod door de regering werd ingesteld betekende dat het einde van de visserij op het IJsselmeer. De bodem werd niet meer omgeploegd door het sleepnet, het water te helder en het opvangen van de glasaal voor de kust van Portugal, Spanje en Frankrijk had grote gevolgen voor de aalstand in het IJsselmeer. De lengte van een aaltje moet 28 cm zijn en de glasaal is dus een door Brussel en de regering een verboden product. Dat gebeurt niet! De handel in glasaal naar China en Japan gaat nog steeds door. Een kilo glasaal brengt 1100 euro per kilo op. Protesten naar Brussel en de regering worden niet beantwoord, aldus het betoog in het Volendammer dialect van Wim Keizer.