De geschiedenis van Louw-Louw

 

In vroeger dagen was de jaarlijkse kermis een belangrijk volksfeest dat op veel plaatsen in Noord-Holland een week tevoren werd ingeluid door de Louw-Louwviering. Zowel herkomst als benaming van de viering roepen nog altijd vragen op. In 1929 wees de folklorist D. J. van der Ven op een mogelijk verband met de oud-Germaanse spiraal- of serpentinedans als symbool van de vegetatieve groeikracht van de natuur. In het wisselend refrein van een heel oud kermislied wordt een onbekende “Louw, Louw, lieve de Louw’ opgevoerd en verder zou in een boerendialect ‘louwen’ de betekenis hebben van trekken. Het wordt er allemaal niet duidelijker op. Op de beginregels na zijn de Louw-Louwliedjes plaatselijk zeer verschillend. Zo trokken de kinderen van Oostzaan de schepen met kermisspullen binnen onder het zingen van:

‘Louw-Louw, trek en ’t touw’

Louw, Louw, trek aan ’t touw,

Spaar je centjes in je broek,

Koop een lekkere oliekoek.

 

In boerendorpen trok de jeugd takken of blikken voort aan koetouwen waarbij rond 1933 in Warder de volgende regels klonken:

Louw, Louw, trek aan ’t touw,

Morgen over een week is ’t kermis,

Gooi een centje in de bus,

Voor een mooie kermismu(t)s!

Kievit, kievit, kermis komt er toch niet!

Liegebel, liegebel, kermis komt er toch wel!

 

Zodra de tjalken met de kermisspullen waren afgemeerd langs het Volendamse Havendijkje werden vreugdevuren ontstoken en trokken de schoolkinderen van Volendam in groepjes aan een touw langs de huizen om wat lekkers en centen op te halen. Dit gebeurde op zaterdag totdat de kermis in 1946 begon op woensdag en de louw-louwviering werd verplaatst naar de vrije woensdagmiddag De jongens van de hoogste klas gingen er toen ook wel eens tijdens het speelkwartier vandoor en net als bij luilak maakte zo’n stoet kinderen een leven als een oordeel door het meegesleepte blikwerk en de luidkeels gezongen teksten.

Louw, Louw, trek aan ’t touw,

Vandaag over ’n week is ’t kermis,

Dan komen de rijke heren,

Die zullen de kermis keren,

Dan komen de rijke vrouwen,

Die zullen de kermis houwen.

 

Volendamse jeugd herdachten timmerlui die de kermis in elkaar spijkerden. Volgens een krantenartikel herdacht de Volendamse jeugd in een liedje uit 1922 de twee timmerlui die de kermis in vroeger jaren in elkaar spijkerden.

Louw, Louw, trek aan ’t touw,

Vandaag ’n week is ’t kermis,

Gerrit Vastwijk en z’n kip,

Jan Heitman z’n haan,

Die moeten er op de draaimolen staan.

 

Als de kinderen niets kregen werden er regels gezongen als: “Louw, Louw, kievit, de kermis komt bij jou niet!” of “Louw, Louw, gierige vrouw, de kermis komt niet bij jou!”. Tot kort na de tweede wereldoorlog trokken de kinderen vanuit Edam en Volendam de Purmer in waar ze door de boeren op de van de bomen gevallen appels en peren werden getrakteerd. Als de kinderen geen goed onthaal kregen klonken de volgende regels:

Louw, Louw, trek aan ’t touw,

Dan komen de rijke heren,

Die gooien met rottige peren,

Louw, Louw, trekken,

De boeren kunnen verrekken

Ter afwisseling zong men ook de volgende plagerige tekst:

Louw, Louw, trek aan ’t touw,

Vandaag over ’n week is ’t kermis,

Louw, Louw, piede-wiede-wiet,

De kermis komt nog lang niet.

 

Bestuur Vrienden van Volendams Erfgoed.