De geschiedenis van het Volendams Museum

 

Een welverdiende serenade van het fanfarecorps Wilhelmina bij de opening van het Volendams Museum op de locatie Zeestraat 41 op 23 maart 1991.

Bouwmeester Wim Keizer, voorzitter Volendams Museum, kijkt met echtgenote Nel Moenis tevreden toe na de museumklus gesteund door honderden vrijwilligers en sponsoren.

In het kader van het thema 75 jaar bevrijding weten we een interessante link te leggen tussen een bekende verzetsstrijder uit Volendam en het ontstaan van het eerste Volendams Museum. Jan Koning (van Teun) blijkt 73 jaar geleden al het initiatief te hebben genomen om een museum op te richten. In dit verhaal, samengesteld door Kees Bond, wordt verder ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het Volendams Museum vanaf het prilste begin.

 

Van museum in de werkplaats tot gecertificeerd Volendams Museum

Voordat de Stichting Volendams Museum op 11 maart 1977 haar deuren opende in het oude Zusterklooster, zijn er meerdere pogingen ondernomen om een museum op te richten,  waarin het Volendams erfgoed tentoon kon worden gesteld. In de jaren ‘40 en ‘50 hebben twee initiatieven kortstondig geleid tot expositieruimtes, die men zou kunnen beschouwen als de voorlopers van het huidige Volendams Museum.

Het eerste initiatief om een museum in te richten kwam van de toenmalige  onderhoudsmonteur van bottermotoren: de heer Jan Koning (van Teun). Jan plaatste in het overbodige deel van zijn werkruimte een aantal aangeklede poppen en attributen tentoon, die het erfgoed en taferelen van het wonen en werken in Volendam uitbeeldden. De entree was gratis maar men mocht vrijblijvend doneren voor het provisorische museum. Met de opheffing van zijn werkzaamheden op het Dril eindigde tevens deze eerste museumhuisvesting. Jan Koning zette zijn loopbaan - en tevens de diverse initiatieven om tot een museum te komen - elders voort. Op de locatie op het Dril werd daarna de bloemenwinkel van Huisink gevestigd. Jan Koning werd van 1968 tot 1975 voorzitter van de vereniging Oud Volendam. Na zijn aftreden vroeg hij Wim Keizer zijn taken over te nemen en initiatieven te ondernemen een Volendams Museum te realiseren. Hij was daar zelf helaas niet in geslaagd. Dit verzoek aan Wim Keizer was niet aan dovemansoren gericht. Samen met een nieuw bestuur en met de onmisbare hulp van sponsoren, het bedrijfsleven,  afnemers van de Premiefoto, begunstigers, de gemeente Edam-Volendam, schrijvers, rondbrengers, bouwers, gulle gevers en honderden vrijwilligers is in de afgelopen 45 jaar een gecertificeerd Volendams Museum, inclusief een Sigarenbandjesmuseum, werkelijkheid geworden.

In de volgende paragrafen wordt, in chronologische volgorde, verder ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van het Volendams Museum, dat sinds de jaren ‘90 is gevestigd in de Zeestraat en jaarlijks vele tienduizenden bezoekers uit binnen- en buitenland mag verwelkomen.

 

Op deze foto is de loods van Jan Koning te zien alwaar hij het allereerste museum oprichtte

 

Horecaondernemer Nicolaas Kroese realiseerde in 1951 een museum op het Slobbeland

Ondernemer Nicolaas Kroese, bekend als eigenaar van het bekende restaurant in de Amsterdamse Spuistraat ‘de vijf vlieghen’, opende in 1951 een museum op het Slobbeland. Naast het museum bevond zich bruincafé ‘de vijf klompen’. Al snel bleek het ambitieuze plan niet rendabel, want na korte tijd ging eigenaar en initiatiefnemer Nicolaas Kroese failliet. Zodoende kwam een abrupt einde aan zijn wensdroom Volendam op de kaart te zetten met een museum, in combinatie met bruin café ‘De vijf Klompen’ en een jachthaven. Het museumgebouw kreeg daarna een bestemming als het eerste overdekte zwembad aan de Julianaweg. Het bruine café ‘De vijf Klompen’ werd gesloopt. Van de vrijgekomen oppervlakte is later het Recreatiecentrum Slobbeland uitgebreid, nadat dit gedeelte eerst werd opgehoogd met grond van de afgegraven voormalige Edammer vuilnisbelt.

 

Foto links: vrouwen in klederdracht poseren voor het Volendams Museum van Nicolaas Kroese.

Foto rechts: in de jaren ’60 en ’70 was het voormalige museumgebouw in gebruik als zwembad en danszaal van Jan Buijs (Spruitje).

 

Oprichting vereniging Oud Volendam voor oprichting Volendams Museum en de instandhouding daarvan.

Op initiatief van de heren C. Karels en drs J. Rahder kwamen op 27 januari 1967 ten huize van drs. Rahder de volgende heren bijeen om te spreken over de oprichting van de vereniging ‘Oud Volendam’:

Tandarts Drs J. Rahder, loodgieter Lau Sombroek, fotograaf Cor Karels, leraar Cees Molenaar, pastoor J. Keet, leraar drs. Piet Koning, fabrikant Klaas Molenaar, NIVO-drukker Bruin Schilder, Aannemer Hein Schilder, electriciën Cas Sombroek, pater Crelis Tuyp, ambtenaar Jan Veerman Poesie, fotograaf Jaap Zwarthoed en drs. Wim Tol.

Volgens de notulen van deze bijeenkomst werd besloten tot de oprichting van de* Een Koninklijke goedkeuring was volgens het Nederlandse recht van 1855 t/m 1976 nodig wanneer een vereniging rechtspersoonlijkheid wilde krijgen. 

‘Vereniging Oud Volendam’. Alle aanwezigen stemden ermee in voorlopig deel uit te maken van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelde het voorlopig dagelijks bestuur als volgt samen: Voorzitter drs. J. Rahder, vice-voorzitter Lau Sombroek, 1ste secretaris Cor Karels, 2de secretaris drs. Wim Tol en penningmeester drs. Cees Molenaar.

Teneinde de formele erkenning als rechtspersoon te verkrijgen werd unaniem besloten de Koninklijke Goedkeuring aan te vragen op basis van de vastgestelde statuten.*

 

Stichten van een museum op het Doolhof

Kort na de oprichting droeg het algemeen bestuur de leden van het dagelijks bestuur op om in gesprek te gaan met Hein Schilder (van Madoet) over een eventueel op te richten Volendams Museum. Van Hein Schilder werd verwacht dat hij zoveel mogelijk rekening zou houden met de wensen van de Vereniging Oud Volendam. 

Het bestuur wenste een museum op het doolhof te realiseren en na de voltooiing van het museumgebouw, zou de vereniging een huurovereenkomst afsluiten met Hein Schilder. Het overleg tussen het dagelijks bestuur en Hein Schilder om te komen tot een museum op het Doolhof, liep op niets uit.

Ondanks het stuklopen van de onderhandeling met Hein Schilder kon indertijd wel - met ‘algemene stemmen’ (een unaniem besluit) - worden besloten de leden van de Vereniging Oud Volendam jaarlijks een Premiefoto voor vijf gulden aan te bieden.

De foto zou te allen tijde een afbeelding moeten zijn die de historiciteit van een buurt, gebouw, interieur of een figuur uit Volendam benadrukt.

 

Oprichting commissies

Tijdens de bestuursvergadering van maandag 17 april 1967 werd unaniem besloten verder vorm en inhoud te geven aan de organisatie van de Vereniging Oud Volendam. Diverse commissies werden opgericht, waaronder de commissies voor het Doolhof en de visserij, maar ook voor: klederdrachten, film-, foto- en prentendocumentatie, roerend goed en tot slot een commissie voor de bestudering van de Volendamse geschiedenis, folklore en taal.

 

Nieuw voorstel tot oprichting van een museum

In de bestuursvergadering van maandag 16 oktober 1967 stelde voorzitter Rahder voor om een stichting op te richten ter realisering van een Volendams Museum. De meningen van de bestuursleden liepen uiteen. Sommige bestuursleden geloofden niet in de realisering van een museumgebouw, terwijl andere bestuursleden het de moeite waard vonden de mogelijkheden te onderzoeken. Echter, er moesten vooraleerst inlichtingen worden ingewonnen bij het toenmalige Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.

Tevens werd voorgesteld om de haalbaarheid te onderzoeken van een museum in het Sint Jozefgebouw, aangezien de Sint Jozefvereniging op 1 januari 1968 zou worden ‘geliquideerd’ (opgeheven). Het bestuur besloot voorlopig met de oprichting van een stichting voor een museum te wachten, totdat uitsluitsel van het Ministerie aanleiding gaf voor vervolgstappen.

 

Museum in Jozefgebouw door leden afgewezen

Op dinsdag 21 november 1967 vergaderde het Dagelijks Bestuur van Oud Volendam met het bestuur van de Sint Jozefvereniging in de AMVO. Van het Jozefbestuur was een afvaardiging aanwezig, bestaande uit: Jack Buijs, Sijmen Keizer, Manus Runderkamp, Kees Plat, Piet Visser en Jan Guit.

Voorzitter Jack Buijs van de Jozefvereniging verklaarde in deze vergadering dat het bestuur in principe bereid was de eigendommen van de Jozef over te dragen aan de Vereniging Oud Volendam. Manus Runderkamp wees het bestuur van Oud Volendam op de financiële aspecten van een eventuele overdracht. Penningmeester Sijmen Keizer maakte de aanwezigen attent op de vele haken en ogen betreffende het onderhoud van het gebouw, het aantrekken van een nieuwe conciërge na 1 januari, de vaste lasten, de telefoon, lectuurvoorzieningen, horecacontracten, verzekeringen, energiekosten en wat dies meer zij.

Voorzitter Rahder gaf zich niet bij voorbaat gewonnen en antwoordde dat het bestuur reeds op de hoogte was van de obstakels die gepaard gaan met een overname.

Hij vroeg de bestuurders van de Jozef om vertrouwen te hebben in de houding van het ministerie in Den Haag en de Volendammers zelf. Met vereende krachten konden de genoemde obstakels worden overwonnen.

De heer Sijmen Keizer stelde hierop het probleem van de leden aan de orde. Hoewel de beslissingsbevoegdheid bij een liquidatie volledig zou worden overgedragen aan het bestuur van Oud Volendam, zou het niet elegant zijn geweest om de leden, zonder enige vorm van overleg, aan de dijk te zetten (Sijmen Keizer was 41 jaar penningmeester van de Jozefvereniging en werd benoemd tot erelid. Hij was de vader van museumvoorzitter Wim Keizer, red.).

Daarop besloot het Jozefbestuur de leden te laten beslissen. Met een meerderheid van één stem werd het voorstel om een museum in het Jozefgebouw te realiseren afgewezen. De Sint Jozefvereniging heeft daarna een nieuw bestuur geïnstalleerd en tot op heden honderden nieuwe leden weten te werven.

 

Afscheid tandarts Rahder

Een jaar later, tijdens de bestuursvergadering van 4 november 1968 nam tandarts Rahder afscheid als voorzitter van de Vereniging Oud Volendam. Rahder werd tijdens de algemene bestuursvergadering van 24 maart 1969 opgevolgd door Jan Koning (van Teun). 

Noot: De laatste notulen van het bestuur van de Vereniging Oud Volendam zijn na te lezen tot en met 29 september 1969. De Premiefoto werd voor het laatst in 1972 door de Vereniging Oud Volendam uitgegeven.

Verdere ontwikkelingen met betrekking tot het uitvoeren van de ingestelde commissieactiviteiten en de oprichting van een stichting voor een Volendams Museum is uit de ons beschikbare stukken en notulen niet bekend.

 

Volendams Museum als dependance van het Zuiderzeemuseum was haalbare optie

Nadat de leden van de Sint Jozefvereniging tegen het voornemen hadden gestemd om het Volendams Museum in het Sint Jozefgebouw te vestigen, stonden de diverse activiteiten vanuit de commissies enige tijd op een laag pitje. Actie was geboden en daarom diende de toenmalige voorzitter Jan Koning op eigen initiatief een plan in om het Volendams Museum te realiseren als dependance van het Zuiderzeemuseum. Besprekingen met het Ministerie van Cultuur en Recreatie in Den Haag en de voorzitter Vroom van het Zuiderzeemuseum leverden een positief resultaat op. Het Ministerie in Den Haag stelde een subsidie van 1 miljoen gulden beschikbaar voor de vestiging van het museum in Volendam als dependance van het Zuiderzeemuseum. Het voorstel werd akkoord bevonden door de directie van het Zuiderzeemuseum en de gemeente Edam-Volendam.

Om de zaak te bekrachtigen kwamen de wethouders van de gemeente Edam-Volendam, afgevaardigden van het Ministerie en directeur Vroom van het Zuiderzeemuseum bijeen in Hotel-Restaurant van Diepen. De zware delegatie had zich aldaar geïnstalleerd om de museumoprichting af te ronden met het eveneens uitgenodigde bestuur van de Vereniging Oud Volendam. Helaas was er geen enkele vertegenwoordiger van de Vereniging Oud Volendam te bekennen. Voorzitter Jan Koning heeft de uitnodiging nooit mogen ontvangen. De secretaris was tegen de realisatie van een dependance van het Zuiderzeemuseum en stuurde de uitnodiging niet door naar Jan Koning en de andere bestuursleden. Teleurgesteld en verontwaardigd over de afwezigheid van de bestuurders van Oud Volendam werd het voorstel, waar voorzitter Jan Koning zijn nek voor had uitgestoken, ingetrokken.

 

De inmiddels 97 jarige Oud Volendamvoorzitter Jan Koning (1968-1975) gaf in 1975 het  mandaat aan Wim Keizer om het initiatief te nemen en de museumkar te trekken, teneinde een Volendams Museum in het oude zusterklooster te realiseren.

 

Alternatief voorstel inclusief maquette

Het voorstel om het Volendams Museum te vestigen op de open ruimte tegenover hotel restaurant Van Diepen, werd door het college van Burgemeester en Wethouders afgewezen, wegens te hoge investeringskosten. De maquette van het Volendams Museum van architect Jan Koning - in opdracht van het oude bestuur van de Vereniging Oud Volendam - kostte 9.000 gulden maar werd door de opdrachtgevers niet betaald. Bij de opening van het Volendams Museum in het oude Zusterklooster op 12 maart 1977, werd het bestuur geconfronteerd met een onaangename verrassing: de openstaande rekening van de architect werd alsnog gepresenteerd. De rekening is tenslotte door het bestuur van het Volendams Museum betaald uit de opbrengst van de Premiefoto.

 

Geldinzameling voor aankoop VD 41

De vereniging Oud Volendam wist - onder andere door een geldinzamelingsactie die7000 gulden opleverde - de VD 41 aan te kopen. De aankoop van de laatste Volendammer kwak zadelde het bestuur van Oud Volendam echter met onoplosbare problemen op. Het onderhouden en in de vaart houden van de botter bleek een te tijdrovende en kostbare aangelegenheid. Op 13 augustus 1969 werd besloten de botter te verkopen aan een Duitse liefhebber. Ook de Duitse botterliefhebber slaagde er niet in om het schip in de vaart te houden. De gemeente Edam-Volendam nam de VD41 voor één gulden over en zou voor de restauratie zorgen. De gemeente had zich verkeken op de hoge lasten die restauratie en onderhoud met zich mee zouden brengen en liet de laatste Volendammer kwak (VD 41) zinken in de Voorhaven van Edam, waarna de botter uiteindelijk in Groningen in rook opging.

Ook de gemeente verslikte zich in de hoge onderhoudskosten en liet de VD41 aan zijn lot over.

 

Restauratie van de VD172

Het zou tot 1992 duren dat initiatiefnemers weer een oude botter zouden opkopen en laten restaureren om zodoende mee te helpen aan het behoud van een belangrijk stuk Volendams erfgoed. Tijdens de Volendammerdag van 1992 werd, op initiatief van de voorzitter van het Volendams Museum Wim Keizer en Thom van de Woude, de VD172 op een dekschuit getransporteerd van het zuiderzeemuseum naar de haven van Volendam. Alhier kon de botter gerestaureerd worden op een speciaal daarvoor ingerichte scheepshelling.

Na de jarenlange grondige restauratie van de VD 172 werd de helling continue in gebruik genomen voor de restauratie van de Volendammer kwakken VD 84, VD 241 en VD 17. De helling is tevens geschikt voor onderhoud van de ijzeren Volendammer kwak: de VD 54. De gemeenschap kan vol trots de prachtige historische gerestaureerde Volendammer kwakken in de haven aanschouwen.

Hulde aan de vrijwilligers van het Volendammer Botter Behoud!

 

Foto links : de gerestaureerde VD 172 in actie.

Foto rechts : de historische bottervloot in de Volendamse haven.

 

Verhoging historische en toeristische waarde met toekomstige scheepswerf op Slobbeland

Vanaf 2022 zal de historische scheepswerf op het Slobbeland worden geopend. De scheepswerf biedt toeristen en geïnteresseerden de kans om de restauratie- en onderhoudswerkzaamheden van de Volendammer kwakken van dichtbij mee te maken. Bovendien wordt de historische scheepswerf een begeleide werkplek voor volwassenen met een verstandelijke beperking. De gemeente Edam-Volendam financiert de realisering van de werf en de Vereniging Behoud Volendammer Botters, Social Firm Culicafé en Odion slaan de handen ineen om de historische werf tot een succes te maken.

 

Volendams Museum in het oude zusterklooster

Halverwege de jaren ’70 kwam het oude zusterklooster te huur te staan. Met de leegstand van het voormalige klooster gloorde er weer hoop voor de stichting Oud Volendam: de oprichting van een officieel Volendams Museum kwam weer een stap dichterbij! De toenmalige voorzitter Jan Koning vroeg in maart 1975 de hulp van Wim Keizer om het initiatief te willen nemen om een Volendams Museum te realiseren.

Om de verbouwing en de huur van het oude zusterklooster te betalen moest een start gemaakt worden met inzamelingsacties en werving van afnemers voor de premiefoto. Via een huis-aan-huis actie werden nieuwe afnemers van de Premiefoto ingeschreven voor 10 gulden. De actie bracht netto 18.000,- gulden op leidde tevens tot 2.000 ingeschreven afnemers van de Premiefoto (momenteel ligt het bestand aan afnemers, inclusief begunstigers, al jaren op 2.500).

Na de huis-aan-huis actie in oktober 1975 werd de bovenverdieping van het oude zusterklooster gehuurd. Toen na vijf maanden niemand van het toenmalige bestuur van Oud Volendam met concrete plannen en acties kwam, namen de nieuwe initiatiefnemers het heft in handen. Op 8 maart 1976 vond een bijeenkomst plaats in Spaander alwaar de oude bewindvoerders aftraden. Zij wensten de nieuwe initiatiefnemers succes met het inrichten van een Volendams Museum in het oude zusterklooster. Vrijwel meteen na het afscheid van het oude bestuur verbouwde een gedelegeerde werkgroep de bovenverdieping van het zusterklooster en richtte het in als museum. Ongeveer een jaar later, op 11 maart 1977, werden de inschrijving en statuten notarieel vastgelegd.

Het bestuur van het Volendams Museum bestond destijds uit de volgende leden:  voorzitter Cor Karels, penningmeester Vincent Tol, secretaris Wim Keizer en de bestuursleden Kees Smit, Aaf Steur-Sombroek, Kees Tol en Piet Sombroek.

 

Opening Volendams Museum

Onder leiding van de toenmalige beheerder Klaas Mol en met de voortvarende steun van het nieuwe bestuur, de vele vrijwilligers, de sponsors en het bedrijfsleven werd op zaterdag 12 maart 1977 het Volendams Museum geopend door één van de oprichters van de Vereniging Oud Volendam: Cor Karels.

 

Personele wisselingen

Na een jaar traden Cor Karels en Vincent Tol af als voorzitter en penningmeester. Wim Keizer werd benoemd tot voorzitter en Jaap Schilder (Sas) ging de kas beheren. Ben Mol werd de nieuwe secretaris.

 

Beheerder Klaas Mol en Wim Keizer ontvangen journalist Theo van Leeuwenburgh van ‘Van Gewest tot Gewest’ in het pas geopende Volendams Museum in het oude zusterklooster in 1977.

 

Beveiliging kostte 100.000 gulden

De eerste expositie in het Volendams Museum was gewijd aan ‘de ontstaansgeschiedenis van Volendam’. Het werd een doorslaggevend succes. Desalniettemin ging het  succesverhaal van het eerste officiële Volendams Museum ook gepaard met tegenvallers. Teneinde het museum inbraakveilig te maken, was het noodzakelijk om tralies op de ramen aan te brengen. De kosten ter waarde van 100.000 gulden konden niet worden gefinancierd met eigen middelen. Besloten werd om een lening af te sluiten, vermeerderd met de openstaande rekening van 9.000 gulden van architect Jan Koning.

Met aannemer Schuitemaker werd afgesproken de kosten zo snel mogelijk af te lossen, evenals de openstaande rekening van de architect. Na 4 jaar waren alle schulden afbetaald, dankzij de opbrengsten die voortkwamen uit de bezorging van de premiefoto’s.

 

 

Van 1975 t/m 1993 werd de distributie van het museumjaarboek met Premiefoto verzorgd vanaf de woning aan de Jupiterlaan.  Het hele gezin hielp mee. Moeder Nel plaatst de dozen met inhoud in de gang en zoon William werkt met enthousiasme mee.

 

Geschiedenis van de locatie eerste Volendams Museum

 

 

Het fraaie gebouw, wat vanaf 1977 tot 1986 dienst deed als Volendams Museum en jammerlijk verloren is gegaan, kent een interessante geschiedenis. Het gebouw zoals afgebeeld begon ooit als de nieuwe openbare school van meester Gerrit Zwart, in 1872 gebouwd voor zowel jongens als meisjes. Daarvoor was de gemengde school gevestigd in de Nederlands Hervormde Kerk (stolphoevekerkje). Ontstaan grote openbare school aan het Noordeinde Het stolphoevekerkje bleek, met de almaar stijgende  leerlingenaantallen in de jaren ’20 van de negentiende eeuw, een te klein gebouw om de schoolgaande kinderen adequaat te onderwijzen. In 1826 werd pal naast de stolphoevekerk een klein schoolgebouwtje met drie lokalen gerealiseerd. In het eerste lokaal leerde men lezen, in het tweede lokaal schrijven en in het derde lokaal rekenen. In 1844 moest de gemengde school, onder leiding van meester Zwart, 126 leerlingen onderdak bieden. Het aantal leerlingen groeide tot 200, dus werd een nieuwe school  gebouwd bij het Noordeinde, met aan de linkerkant de onderwijzerswoning (zie foto’s). Het schooltje pal naast de stolphoevekerk werd afgebroken na de verhuizing in 1872.

 

Ontstaan van de ‘zustersschool’

In 1889 verhuisde de school, wegens ruimtegebrek, naar de Edammerweg en werd de school op het Noordeinde vanaf 1891 gebruikt als een katholieke kleuter- en meisjesschool o.l.v. de zusters Dominicanessen uit Voorschoten. De vroegere woning werd omgebouwd tot klooster en op de bovenverdieping van de school kwam een kapel. In de volksmond werd dit gebouw de ‘zustersschool’ genoemd en tot 1950 heeft de vrouwelijke jeugd hier haar basisvorming gekregen.

 

Teloorgang openbaar onderwijs in Volendam

De openbare jongensschool aan de Edammerweg brandde af in 1912. Meester Berend Demmer was toentertijd het schoolhoofd. Na het afbranden van de openbare school aan de Edammerweg in 1912 werd in 1913 de eerste nieuwe katholieke jongensschool Sint Jozef geopend en in 1930 de tweede Jozefschool aan de Edammerweg.

Een kleine openbare school werd naast de Hervormde kerk gebouwd in 1919 en dat duurde tot 1939, waarmee het openbaar onderwijs in Volendam eindigde. Tijdens de oorlog heeft het schoolgebouwtje aan de Aalstraat dienst gedaan als distributiekantoor en tegenwoordig biedt het onderdak aan een hobbyclubje.

 

Verbouwing tot Volendams Museum

In 1975 kwam het klooster vrij en zag de vereniging oud Volendam kans om, na een forse verbouwing, het eerste officiële Volendams Museum aldaar te vestigen. In 1986werd een belangrijk stuk Volendamse (onderwijs)geschiedenis gesloopt om plaats te maken voor verpleeghuis ‘Gouwzee’. In 1991 verhuisde het Volendams Museum naar het grondig verbouwde voormalige Wit-Gele Kruisgebouw

 

]

Inrichting van het museum in de voormalige ‘zusterschool’.

 

Van 1977 t/m 1993 werd de jaarlijkse uitgave van de museumjaarboeken en premiefoto’s georganiseerd vanuit het huisadres van de voorzitter. Na 1993 vond de coördinatie rondom het bezorgen van de jaarboeken met premiefoto en het ontvangen van de opbrengsten plaats in het Volendams Museum in de zeestraat. De bezorgers die de opbrengsten van de jaarboeken en premiefoto’s inleveren ontvangen een medewerkersfoto (een reproductie van een schilderij), als dank voor hun vrijwilligerswerk.

 

Een nieuw Volendams Museum in het oude Wit-Gele Kruisgebouw

Circa drie jaar na de sluiting van het museum in het zusterklooster deed zich een nieuwe kans voor om het Volendams Museum te huisvesten. In 1989 verhuisde het Wit-Gele Kruis naar een nieuw onderkomen en het karakteristieke Wit-Gele Kruisgebouw uit 1953 kwam leeg te staan. De toenmalige VD 80-wethouder Siem Veerman (Lut) bood namens de gemeente aan om het Volendams Museum in het leeggekomen Wit-Gele Kruisgebouw te vestigen.

Het museumproject aan de zeestraat werd mogelijk gemaakt door de financiële injectie vanuit de gemeente en het grote aantal intensief meewerkende vrijwilligers. Voor het bestuur en vrijwilligers braken er vanaf 1989 twee tropenjaren aan.

De gebroeders de Boer van Decoratiebedrijf Wouda uit Purmerend plaatsten voor de opening op 16 maart 1991 gratis de schitterende museumnaamborden op de gevel. De materiaalkosten namen zij voor eigen rekening.

 

Eerste paal werd geslagen door Cor Karels

De eerste paal voor de verbouwing van het voormalige Wit-Gele Kruisgebouw werd op 2 november 1989 geslagen door Cor Karels. Niemand kon op dat moment bevroeden dat de weg naar de opening van het nieuwe Volendams Museum zo moeilijk en lang zou worden.

Naast de uitbreiding van het voormalige Wit-Gele Kruisgebouw, moest het bestaande gebouw van binnen worden gesloopt en verbouwd. Naast de geijkte werkzaamheden van de vrijwillige bouwvakkers, zoals timmeren, metselen, stukadoren en het aanleggen van elektriciteitsleidingen moest er rekening worden gehouden met de inpassing van de interieurtjes, toiletgelegenheden, de bioscoopzaal, het VVV-kantoor en de installatie van de brand- en inbraakbeveiliging. De financiering en realisering van bovenstaande activiteiten en voorzieningen moest geschieden met behulp van de gemeente, sponsors, aannemers, bouwvakkers en de gulle giften vanuit de bevolking en het bedrijfsleven.

 

Op zaterdag 16 maart 1991 opende burgemeester Westendorp van de gemeente

 

Foto linksboven: burgemeester Westendorp opende onder grote belangstelling op 13 maart 1991 het nieuwe Volendams Museum in de Zeestraat door de Volendammer vlag te hijsen. Van links naar rechts: Gerie Keizer, Burgemeester Westendorp, William Keizer en de dochter van Aaf Steur-Sombroek

Foto rechtsboven: de dames van de bediening bij de opening van het museum in de Zeestraat in 1991.

Foto linksonder: fanfarecorps Wilhelmina bracht een aubade tijdens de opening van het Volendams Museum in de Zeestraat op 13 maart 1991.

 

Edam-Volendam het nieuwe Volendams Museum, namens de Volendamse gemeenschap

Na de openingsceremoniën konden alle vrijwilligers, die bij de realisering van het museum betrokken waren, genieten van een feestelijk samenzijn in restaurant AMVO. Iets wat velen niet meer voor mogelijk hielden, na de vele tegenslagen en financiële uitdagingen, werd toch nog bewaarheid: een officieel en gecertificeerd Volendams Museum! Dit herculeswerk is tot stand gekomen door de samenwerking met de gemeente, de provincie, de streekconservatie, aannemer Schuitemaker, de diverse werkgroepen bestaande uit vrijwilligers (waaronder de museumarchitecten Adalbert Kohlsaat, Jan Buijs, Jan Buijs(Schaap) en Hein Kwakman), het bedrijfsleven, gulle gevers en vele andere instanties.

 

Uitbreiding van het museum: eerste paal geslagen door Jaap Molenaar (de havenmeester)

Het Volendams Museum is sinds 1995 uitgebreid met het unieke en gerenoveerde Sigarenbandjes Museum. Dit museum is een bezienswaardigheid op zich, dankzij de sigarenbandjesmozaïeken van werelberoemde gebouwen, steden, schepen en andere decoratieve elementen.

In 1993 werd het uit 1916 stammende Sigarenbandjesmuseum te koop aangeboden. Voor 60.000 gulden werd het kunstwerk door het museumbestuur gekocht om vervreemding van dit unieke Volendammer erfgoed te voorkomen. Het museumbestuur wilde dat het sigarenbandjesmuseum toegankelijk zou worden voor en zo breed mogelijk publiek. Het was daarom geen reële optie om het sigarenbandjesmuseum op de bovenverdieping te huisvesten. Het museumgebouw moest aldus worden uitgebreid met een heuse museumvleugel, zodat alle museumbezoekers tevens een kijkje zouden nemen in het curieuze sigarenbandjesmuseum. 

De eerste paal werd geslagen door Jaap Molenaar. Op 11 mei 1994 werd de eerste paal voor de uitbreiding van het museum geslagen door de 90-jarige Jaap Molenaar. Deze formaliteit was een eerbetoon aan de broer van Jaap: Nico Molenaar, de oprichter van het Sigarenbandjesmuseum in 1947.

Nico Molenaar plakte, totdat hij naar het Sint Nicolaashof verhuisde, 7 miljoen(!)  sigarenbandjes en buurman Jan Sombroek plakt samen met zijn gezin nog eens 4 miljoen sigarenbandjes.

 

De bouwperiode van de nieuwe museumvleugel duurde ongeveer een jaar

Het sigarenbandjesmuseum moest zorgvuldig worden getransporteerd naar de nieuwe vleugel van het Volendams Museum. Aldaar werden de panelen, als ware het een puzzel, nauwkeurig bevestigd in de speciaal daarvoor gebouwde ruimte.

De nieuwe sigarenbandjeshuisvesting werd op 5 mei 1995 geopend door de weduwe van Jan Sombroek: mevrouw Jannig Sombroek-Karregat, in gezelschap van haar inmiddels volwassen kinderen.

Uiteraard was deze operatie niet mogelijk zonder de inzet en giften vanuit de diverse geledingen binnen de Volendamse samenleving en omstreken.

 

Mevrouw Jannig Sombroek- Karregat opent op 5 mei 1995 in gezelschap van haar kinderen het Sigarenbandjesmuseum in de nieuwe museumaanbouw.

 

 

Foto linksboven: voordat er geheid en gebouwd kon worden werd de museumtuin door Tuijp en Mastenbroek bouwrijp gemaakt.

Foto rechtsboven: de eerste paal voor de museumaanbouw, waarin het Sigarenbandjesmuseum werd geïnstalleerd, werd verricht door de 90 jaar oude Jaap Molenaar (Havenmeester) uit respect voor zijn broer Nico, de oprichter van dit museum.

Foto linksonder: heibaas Klaas Buijs slaat de 44 geschonken palen van Vroom en zn. de grond in.

Foto rechtsonder: het maken van de betonnen fundering ging niet vanzelf. Hein Veerman (de Poes) kijkt goedkeurend naar het vakmansschap van Johan Butter en Bruin Kwakman.

 

Mede-architect Jan Buijs (schaap) controleert met Jan de Boer het ijzerwerk voor de fundering.

 

Foto linksboven: de foto geeft weer wat voordien de tuin van het oude Wit-Gele Kruis was.

Foto rechtsboven: Dick Kes leverde vakwerk.

Foto linksonder: Klaas Schilder (Kalf) metselt de fundering voor het door Hein Tol gesponsorde museumhekwerk.

Foto rechstonder: de toenmalige wethouder Kees Schilder (de Bok) vroeg tijdens de bouw van het Sigarenbandjesmuseum in 1994 belangstellend aan werkgroepleider Evert Veerman hoe de bouw vorderde.  Kees complimenteerde de vrijwilligers met de vorderingen.

 

Staalgigant Siem Steur schonk het stalen frame voor het museumbouwwerk. Johan Butter en Bruin Kwakman werken de plaatsing vakkundig af.

 

Een van de vele bouwploegen o.l.v. Evert Veerman (van Jop) die hier een pauze nemen voor het verdiende kopje koffie met een taartje van Ab van Pooij. Museumvoorzitter/bouwmeester Wim Keizer schenkt de koffie voor de vrijwilligers in als beloning voor hun inzet.

 

Tijdens de verbouwingswerkzaamheden in 1990 werkte aannemer Schuitemaker, met zijn medewerkers, overdag aan de renovatie en de uitbreiding van het Witgele Kruisgebouw om de museumhuisvesting mogelijk te maken. ’s Avonds en in het weekend werk het bouwwerk voortgezet door vrijwilligers. Iedere week moest voor het aannemerswerk 5000 gulden via sponsoren betaald worden. Het is gelukt met dank aan de gulle gevers.

 

Foto linksboven: v.l.n.r.: aannemer Schuitemaker, ambtenaar mevrouw van Essen, Wim Keizer en penningmeester Jaap Schilder (sas) tijdens een contolebezoek vanuit de gemeente.

Foto rechtsboven: de vloerverwarming in de aangebouwde vleugel werd gratis aangelegd door ‘Waterland Verwarming’. De gulle gift werd zeer op prijs gesteld. In het midden  museumvrijwilliger Bob de Jong, drager van de bronzen veulenpenning met oorkonde.

Foto onder: Jan Hoogland realiseerde de tientallen raamluiken, die door Gerrit Zwarthoed (de Beer) en Kees van Houdt geschilderd werden.

 

 

Jack Schilder (Dibbes) was met zijn compagnon een topvrijwilliger, die met zijn 30 medewerkers van HSB een groot deel van het museum vakkundig hebben geschilderd. De verf werd gesponsord door leveranciers van HSB.

 

 

Foto linksboven: meesterschilder Japie de Boer nam samen met zijn broer Pauw en Jan Schilder (Kok) het schilderwerk van het toilet vakkundig onder handen.

Foto rechtsboven: Jan Schilder (Kok).

Foto onder: timmerman Mohamed Hassan assisteert Hans Bont (Pul) bij het gratis aangelegde straatwerk voor het museum, gesponsord door Tuijp en Mastenbroek.

 

Foto links: Pauw de Boer.-  Foto rechts: Nol Klepper, stukadoor van Tuijps Tegelhandel bezig in het door Cor Tuijp gesponsorde toiletgedeelte.

 

Foto linksboven: het vloerzeil, dat geschonken werd door Oloot, Tase, Carré en Veerman, werd gelegd door Klaas Keizer, broer van Wim en vader van Simon. Het was een zware klus voor deze museumvrijwilliger.

Foto rechts boven: vrijwilliger Wim Veerman (pen) rondde zijn schilderklus in het museum af met het bijwerken van één van de originele straatlantaarns, gemaakt door Gerrit Bij ‘t Vuur.

Foto onder: de inzet en sponsoring van schoonmaakbedrijf ‘Succes’ leverde het schoonste museum van de wereld op o.l.v. Casper Buijs.

 

Het grote schilderij van de Belgische schilder Charlet wordt passend gemaakt. V.l.n.r.: Hein Veerman (de Poes), Jan de Boer, Hein Kwakman en Nel Keizer-Moenis.

 

Expositie ’50 jaar vrijheid’ op 5 mei 1995

Tijdens de opening van het vernieuwde en uitgebreide museum in 1995, werd tevens de indrukwekkende expositie geopend die gewijd was aan de Tweede Wereldoorlog

in Volendam. Toenmalig museumbeheerder Yoka van Brakel gaf leiding aan de totstandkoming van deze expositie, die officieel werd geopend door de museumvrijwilliger

en lid van het Volendammer ondergrondse verzet Gerrit Zwarthoed (de Beer) onder toezien oog van voorzitter Wim Keizer.

 

 

Museum is van cultuurhistorisch belang

Hoewel de eeuwenlange culturele ontwikkeling van Volendam nauwelijks is beschreven en bewaard, poogt het Volendams Museum de historische authenticiteit van de afgelopen twee eeuwen zo nauwkeurig mogelijk te benaderen. Door het conserveren en exposeren van collecties, bestaande uit schilderijen, relikwieën en authentieke interieurtjes, wordt het historisch erfgoed bewaakt en levendig gehouden voor de eigen gemeenschap en geïnteresseerden uit binnen- en buitenland. De tentoongestelde objecten zijn niet altijd authentiek, maar de authenticiteit kan worden benaderd op basis van schilderijen, foto’s en verhalen. Met de naoorlogse ambities om het Volendams erfgoed te conserveren en te exposeren groeide bij enkele dorpsbewoners tevens het besef om de geschiedenis van Volendam, in brede zin, op schrift te zetten. Onder anderen de lokale geschiedschrijvers Jan en André Kes hebben de ontwikkeling van de Volendamse cultuur door de eeuwen heen omschreven. Een voorbeeld hiervan is het boek ‘Op het ritme der golven’.

 

De gemeenschap als aandeelhouder

Als we de ontstaansgeschiedenis van het Volendams Museum samenvatten, kunnen we concluderen dat een aanzienlijk deel van de Volendamse gemeenschap een aandeel heeft (gehad) in de realisatie, uitbreiding en instandhouding van het Volendams Museum. Mede dankzij de oprichting van de financiële steunstichting ‘Vrienden van het  Volendams Museum’ in 2006 is de exploitatie vrijwel altijd sluitend en kunnen bezoekers genieten van een jaarlijks wisselende expositie. Sinds 2019 is het Volendams Museum schuldenvrij, met dank aan de sponsors en bijdragen van de Stichting Vrienden van het Volendams Museum.

 

Tot Slot

Op basis van de hier beschreven geschiedenis van het Volendams Museum kan worden geconcludeerd dat het Volendams Museum op de huidige locatie, in het karakteristieke voormalige Wit-Gele Kruisgebouw, eeuwigheidswaarde heeft. Op andere plaatsen heeft het museum schipbreuk geleden of bleek de beoogde locatie financieel of praktisch onhaalbaar.

 

Gemeente, speculanten en vastgoed baronnen willen winkels en appartementen op museumlocatie

Speculanten en vastgoedbaronnen wensen het museum te verplaatsen uit financieel eigenbelang en houden daarbij onvoldoende rekening met het risico op vernietiging van het met buitengewone volharding en toewijding opgebouwde gemeenschapskapitaal.

Verplaatsing van het Volendams Museum is niet in het belang van het Volendams cultuurhistorisch verleden!

Al meer dan 29 jaar willen een aantal partijen in de gemeente Edam-Volendam in samenwerking met projectontwikkelaars het Volendams Museum verplaatsen naar de drukke dijklocatie.

Het bestuur van de Vrienden van Volendams erfgoed zal al het mogelijke ondernemen om deze onzinnige verplaatsing tegen te gaan.      

Het Volendams Museum is iedere dag open van 10.00 uur tot 17.00 uur.

U bent van harte welkom.

 

 

Nieuwsberichten uit het verleden van het Volendammer Museum