Cheque voor bottervereniging Volendam

13 jun 2021

Vrienden van Volendams Erfgoed schonk uit waardering € 1.000,-- voor de vrijwilligers van de Volendammer bottervereniging.

Zaterdag 5 juni 2021 overhandigde Wim Keizer namens de stichting Vrienden van Volendams Erfgoed op de plecht van de VD 172 een cheque van € 1.000,-- aan de voorzitter Hein Molenaar van de Volendammer Bottervereniging. De sponsoring is door de Vriendenclub beschikbaar gesteld voor de onmisbare hulp van de vrijwilligers van de Bottervereniging. Al zo’n 25 jaar zijn de bottervrijwilligers ook actief voor het bijbrengen van de kennis betreffende het botterleven en varen met deze vaarschepen uit het Volendammer verleden voor onze scholieren.

Zoals ieder jaar verzorgt en betaalt de Vriendenclub een etentje met gezellig samenzijn en uitjes voor de museumvrijwilligers. Nu dat onmogelijk is en om waardering te uiten voor het belangeloze werk van de bottervrijwilligers, heeft het erfgoedbestuur besloten een sponsoring van € 1.000,-- te schenken voor een gezellig samenzijn aan de havenkade voor deze vrijwilligers. Het is een voorbeeld voor andere sponsoren om het werk van het botterbestuur en medewerkers te steunen. Vooral het opknappen van de ijzeren kwak VD 54 van Piet Kes die is aangekocht. De restauratie gaat veel geld kosten. Deze kwak behoort na VD 172, VD 84, VD 241 en VD 17 tot ons Volendammer erfgoed. In 1900 lagen er 240 botters in de Volendammer haven. Wij kunnen trots zijn dat er nu al een serie botters oftewel kwakken de Volendammer haven sieren met Volendammer erfgoed.

Met restauratie VD 172 begon de uitbreiding van de nieuwe botters en de helling op het Slobbeland. Na de opening van het Volendams Museum in maart 1991 vertelde de voorzitter van de landelijke bottervereniging aan museumvoorzitter Wim Keizer dat in de haven van het Zuiderzeemuseum op een dekschuit de VD 172 van de overleden eigenaar te koop was. De bottervoorzitter vond het voor de Volendammer gemeenschap een blamage omdat de Volendammer vloot in 1890 niet minder dan 240 botters telde en nu niet een. Vanuit het Volendams Museum en Thom van de Woude werden de handen ineen geslagen en de eigenaars schonken de botter als deze gerestaureerd zou worden. In juni 1992 werd de VD 172 op een dekschuit, gesleept door een sleepboot van de familie Reurs naar de Volendammer haven afgemeerd als bezienswaardigheid tijdens de havenactiviteiten op de havenkade alwaar bij de feestelijke bruiloft de aanvang van de restauratie op het Slobbeland werd aangekondigd. De Gemeente Edam-Volendam steunde de restauratie van de VD 172 met 100.000 gulden. 

Op aandringen van Thom van de Woude en Piet Stuijt (de kleinzoon van Piet Kes) trok het toenmalig gemeenteraadslid Wim Keizer (VD/80) alle registers in de gemeenteraad open met voorstellen om de restauratie financieel door de gemeente te steunen net zo als dat plaatsvond in o.a. Huizen en Spakenburg-Bunschoten. Aanvankelijk gingen niet meteen alle handen op elkaar. Dat was een goed begin. De botterwerf op het Slobbeland komt er binnenkort en werd een stuk grond aangewezen door het toenmalige College van B&W (CDA en VD/80) waarop een hal gerealiseerd werd voor de restauratie van de VD 172.

Het initiatiefvoorstel van Nelly Veerman-Tol (VD/80), wethouder van Onderwijs, Sport en Cultuur om 4x 25.000 gulden uit te trekken voor de restauratie in fases, werd door de gemeenteraad unaniem gesteund. Het is te hopen dat deze steungeste door de huidige gemeentebestuurders herhaald zal worden. Wie zijn verleden niet kent, heeft geen toekomst.

Volendammer bottervissers waren de beste vissers van de Zuiderzee en hadden hun eigen vismethoden. De traditionele Volendammer kwakken en botters zijn vissersschepen. Een botter en een kwak zijn bijna even groot.  Een kwak is iets spitser en groter dan een botter. Alleen Volendammers hadden kwakken. Botters en kwakken hadden hoge koppen om golven te trotseren en een laag achterschip om de kuilnetten gemakkelijk naar binnen te hijsen. Volendammers waren de beste vissers van de Zuiderzee en hadden hun eigen vismethoden. De Volendammer visten op haring, ansjovis, paling, garnalen, bot, schar, schol, kabeljauw, snoekbaars, spiering, tong en schelvis. Om op de Zuiderzee met zijn geringe en grillige diepten te kunnen varen, zijn  de rond- en platbodemvaartuigen ontwikkeld die op bijna elke plaats op de Zuiderzee kunnen vissen. Een platbodem heeft geen kiel maar zijzwaarden die het afdrijven moeten voorkomen. Het hoogtepunt van de Zuiderzeevisserij was rond 1900 toen men met zo’n 1400 schepen op de Zuiderzee werd gevist. Volendam had in 1900 zelfs 240 botters en kwakken en was hiermee de grootste vloot van de Zuiderzee.

De oorspronkelijke Volendammer botter VD 172 werd op 19 juni 1905 ingeschreven door Klaas Kwakman als ‘De Jonge Hendrik’, 30 ton groot. De laatste visser/eigenaar was Evert Karregat. Tot 1990 werd het schip gebruikt als plezierzeilschip en werd na 1992 gerestaureerd tot een replica van het oorspronkelijk gebouwde vissersschip. De VD 172 heeft momenteel een permanente ligplaats in de Volendammer Haven.

 

Namens de stichting Vrienden van Volendams Erfgoed overhandigt Wim Keizer een cheque van € 1.000,- aan de voorzitter van de Volendammer Botterverenigng Hein Molenaar voor een gezellig samenzijn voor de bottervrijwilligers uit waardering voor hun belangeloze werk van ons varend erfgoed.